ECLI:NL:PHR:2012:BS7910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens seksueel misbruik minderjarige wegens onvoldoende bewijsminimum
In deze zaak heeft het gerechtshof verdachte veroordeeld voor meermalig seksueel misbruik van zijn minderjarige kleindochter. De veroordeling was grotendeels gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en een dagboekaantekening die toevallig werd gevonden.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat het uitsluitend steunde op de verklaring van één getuige, het slachtoffer, en dat daarmee niet aan het wettelijk bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro was voldaan. Het hof oordeelde dat de verklaringen voldoende werden ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de dagboekaantekening en verklaringen van moeder en verdachte over logeerpartijen.
De Hoge Raad stelt dat de toevallige vondst van de dagboekaantekening niet als een onafhankelijke bron kan worden gezien en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom aan het bewijsminimum is voldaan. Daardoor is het bewijs onvoldoende om de veroordeling te dragen. Het arrest wordt vernietigd voor zover het feit 1 betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
De zaak benadrukt de strenge toetsing van het bewijsminimum bij zedenzaken met één getuige en de noodzaak van voldoende steunend bewijs om tot een veroordeling te komen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijsminimum en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.