ECLI:NL:PHR:2012:BW0242
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep inzake toelating belanghebbende in enquêteprocedure Fortis
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van Fortis in haar cassatieberoep centraal tegen een beschikking van de ondernemingskamer die Stichting Investor Claims als belanghebbende in de tweede fase van de enquêteprocedure tegen Fortis toelaat.
De enquêteprocedure, geregeld in Boek 2 BW, kent twee fasen: een onderzoeksfase en een fase waarin wanbeleid wordt vastgesteld en voorzieningen worden getroffen. Stichting Investor Claims verzocht om toelating als belanghebbende in de tweede fase, wat door de ondernemingskamer werd toegewezen. Fortis stelde dat deze beschikking een tussenbeschikking betrof waartegen geen tussentijds cassatieberoep openstaat en dat zij daarom niet-ontvankelijk was.
De Hoge Raad bevestigt dat een toewijzende beschikking tot toelating als belanghebbende in een enquêteprocedure een tussenbeschikking is, waartegen geen tussentijds cassatieberoep mogelijk is. Alleen de afgewezen partij kan tegen een afwijzing van een dergelijk verzoek direct cassatie instellen. Fortis werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep.
De conclusie benadrukt dat de voortgang van de enquêteprocedure niet afhankelijk is van de beslissing over de toelating van belanghebbenden en dat het belang van efficiënte procesvoering dit oordeel niet verandert. De procedurele regels omtrent voeging en tussenkomst uit de dagvaardingsprocedure zijn analoog van toepassing op de verzoekschriftprocedure in het enquêterecht.
Uitkomst: Fortis is niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen de beschikking die Stichting Investor Claims als belanghebbende toelaat.