ECLI:NL:PHR:2012:BW6181
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof in bedreiging Geert Wilders wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft de bedreiging van Geert Wilders door verdachte met een raptekst die dreigende woorden bevatte over het ombrengen van Wilders. Het hof sprak verdachte vrij omdat niet kon worden vastgesteld welke videoclip met de raptekst aanleiding gaf tot de aangifte en omdat de context van de rapcultuur een rol zou spelen bij de beoordeling van de bedreiging.
De Hoge Raad stelt dat het hof de juiste maatstaf voor bedreiging heeft aangelegd, maar deze onjuist heeft toegepast door te oordelen dat verdachte niet begreep dat de rap bij Wilders de redelijke vrees kon doen ontstaan dat hij zou worden omgebracht. De Hoge Raad benadrukt dat het niet relevant is of verdachte dat begreep, maar of de bedreiging objectief geschikt was om die vrees te wekken.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de context van de rapcultuur geen verlichtende betekenis heeft en dat het feit dat verdachte niet zelf de videoclip met pistoolgeluiden op YouTube plaatste, niet betekent dat de raptekst niet bedreigend is. De vrijspraak is daarom onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling, waarbij het hof opnieuw moet beoordelen of sprake is van een ernstige bedreiging gericht tegen het leven van Wilders.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.