Conclusie
Nummer21/03936
Het cassatieberoep
De bewijsvoering
verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 september 2021, inhoudende:
verklaring van de verdachte:
proces-verbaal van aangifted.d. 26 augustus 2020 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020254011-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 9 en verder):
verklaring van P.H. Omtzigt:
De bespreking van het middel
datde geadresseerde op de hoogte raakt van de bedreiging en niet op de exacte manier en op het moment waarop de geadresseerde daadwerkelijk daarvan op de hoogte raakt.
in redelijkheidde vrees
konontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.
door waarneming van een opnameop de hoogte zou raken van de bedreiging, acht ik dat oordeel niet onbegrijpelijk. Het behoeft heden ten dage geen betoog dat dat in een situatie waarin een demonstratie plaatsvindt en waarin ongeveer tien personen op het Haagse Plein op een bekend Kamerlid “afstormen”, hem de weg versperren en hem confronteren met uitlatingen de kans aanmerkelijk is dat filmopnames worden gemaakt die vervolgens via sociale media worden gedeeld. Voor zover het oordeel van het hof aldus moet worden begrepen, dat de verdachte door in die situatie luid te roepen naar de heer Omtzigt bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de heer Omtzigt via het internet op de hoogte zou raken van deze bedreiging, is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk.