ECLI:NL:PHR:2012:BW7190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsprocedure wegens twijfel aan schuld in zaak moord op Chinese vrouw in Breda
Deze zaak betreft een herzieningsverzoek van zes veroordeelden die in 1994-1995 zijn veroordeeld voor medeplegen van de moord op een Chinese vrouw in Breda. Het verzoek is gebaseerd op nieuwe getuigenverklaringen en forensisch onderzoek die niet in het oorspronkelijke dossier zaten en die de betrouwbaarheid van de eerdere bekennende verklaringen ernstig betwijfelen.
De oorspronkelijke veroordelingen rustten grotendeels op de verklaringen van drie vrouwelijke betrokkenen, die later hun bekentenissen hebben ingetrokken en tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Nieuw forensisch onderzoek uit 2008-2012, waaronder DNA- en dactyloscopisch onderzoek, leverde geen bewijs dat de veroordeelden bij het delict betrokken waren. Ook zijn er tegenstrijdigheden in de verklaringen over het tijdstip, de plaats en de wijze van het ophalen van het slachtoffer.
Het evaluatieonderzoek in 2010-2011 bracht bovendien aan het licht dat het oorspronkelijke onderzoek gebrekkig was, met onvoldoende vastlegging van sporen en mogelijk onrechtmatige druk op getuigen. De Hoge Raad acht het verzoek tot herziening gegrond op grond van nieuwe feiten en omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die ernstige twijfel doen ontstaan over de juistheid van de veroordelingen.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere informatie en verdere behandeling. Dit arrest illustreert het belang van zorgvuldig forensisch onderzoek en het kritisch toetsen van bekentenissen, vooral wanneer deze onder druk zijn afgelegd en later worden ingetrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad acht het herzieningsverzoek gegrond wegens nieuwe feiten en omstandigheden die ernstige twijfel doen ontstaan over de eerdere veroordelingen en verwijst de zaak naar de rol.