ECLI:NL:PHR:2012:BW8766
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen poging tot afpersing en afpersing met bedreiging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot afpersing en afpersing, gepleegd door bedreiging met geweld. Het hof had vastgesteld dat verdachte, als leidinggevende binnen het aannemersbedrijf [C], op de hoogte was van de vorderingen op [betrokkene 1] en [betrokkene 3] en dat hij bewust het risico had aanvaard dat bij de inning van die vorderingen ernstige bedreigingen zouden worden gebruikt.
Het hof oordeelde dat verdachte nauw en bewust samenwerkte met zijn vader en anderen die de daadwerkelijke bedreigingen uitvoerden, en dat hij zich niet had gedistantieerd van deze werkwijze, maar juist de druk op de slachtoffers wilde handhaven. De verdediging voerde aan dat verdachte niet betrokken was bij de bedreigingen en zich op geen enkel moment bewust was van de uitvoering daarvan, maar dit verweer werd door het hof verworpen.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof en concludeerde dat het bewijs voldoende was om medeplegen aan te nemen. Hoewel het hof niet altijd de inhoud van de bewijsmiddelen volledig had weergegeven, was dit geen reden voor vernietiging omdat de verdediging niet klaagde over de inhoud van de bewijsmiddelen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de strafoplegging van vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan acht voorwaardelijk, voor medeplegen van poging tot afpersing en afpersing door bedreiging.