ECLI:NL:PHR:2012:BX5794
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid voorwaardelijke machtiging onder curatele gestelde patiënt
In deze zaak stond de vraag centraal of een voorwaardelijke machtiging tot opname en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis rechtmatig was verleend aan een onder curatele gestelde patiënt die niet volledig instemde met het behandelingsplan.
De rechtbank had een voorwaardelijke machtiging verleend, waarbij als voorwaarde werd gesteld dat de betrokkene zich zou houden aan het behandelingsplan, ondanks dat er geen volledige overeenstemming was tussen betrokkene en behandelaar. De rechtbank baseerde zich op verklaringen van de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en een begeleider dat betrokkene in de praktijk de voorwaarden naleeft.
In cassatie werd aangevoerd dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het instemmingsvereiste en de naleving van het behandelingsplan. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd dat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat betrokkene de voorwaarden zou naleven, ook al had betrokkene ter zitting verklaard de machtiging niet te wensen.
De Hoge Raad benadrukte dat instemming van de betrokkene niet strikt vereist is voor verlening van een voorwaardelijke machtiging, mits aannemelijk is dat de voorwaarden worden nageleefd. Verder werd toegelicht dat de curator een rol speelt, maar dat de betrokkene zelf centraal staat bij de beoordeling van de naleving van voorwaarden.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorwaardelijke machtiging blijft in stand.