ECLI:NL:PHR:2012:BY0267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over medeplegen geweld bij diefstal met braak
Op 17 september 2010 pleegden verdachte en een medeverdachte een diefstal met braak in een woning te Epse, waarbij geweld werd gebruikt tegen de bewoner. Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor medeplegen van de diefstal en het geweld. Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van het geweld en zich niet had gedistantieerd, waarmee sprake was van medeplegen.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij opzet had op het medeplegen van het geweld. De Hoge Raad concludeert dat het bewijs onvoldoende is om aan te nemen dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met de medeverdachte ten aanzien van het geweld. Het hof had onvoldoende gemotiveerd dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op geweld en zich niet had gedistantieerd.
De Hoge Raad wijst erop dat medeplegen een dubbel opzet vereist: opzet op samenwerking en opzet op het grondfeit. Omdat het geweld onverwachts ontstond en verdachte geen kennis had van agressiviteit of wapens, is het niet aannemelijk dat verdachte opzet had op het geweld. Ook het feit dat verdachte buiten op de medeverdachte wachtte, betekent niet automatisch dat hij zich niet distantieerde.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem of een ander hof voor hernieuwde beoordeling. De zaak betreft een belangrijke toetsing van het begrip medeplegen en de bewijslast omtrent het opzet op medeplegen van geweld tijdens een diefstal met braak.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen van geweld, en de zaak wordt terugverwezen.