ECLI:NL:PHR:2012:BY4603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onrechtmatige verkoop van beslagen auto
De zaak betreft de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van verzoekers die een auto verkochten waarop beslag lag, zonder dit bij de toelatingsprocedure te melden. De rechtbank Haarlem beëindigde de regeling op grond van artikel 350 lid 3 sub f van Pro de Faillissementswet (Fw), omdat verzoekers niet te goeder trouw zouden zijn geweest. Dit oordeel werd door het hof Amsterdam bekrachtigd.
De feiten zijn dat verzoekers in 2009 een auto verkochten terwijl zij wisten dat daarop beslag lag door schuldeisers. Deze verkoop onttrok de auto aan het beslag. Tijdens de toelatingsprocedure hadden verzoekers verklaard geen auto te bezitten en geen lopende civielrechtelijke of strafrechtelijke procedures, wat onjuist bleek. Verzoekers stelden dat zij niet wisten dat de verkoop het beslag zou schenden en boden compensatie aan, maar het hof vond dit onvoldoende om goede trouw aan te nemen.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof onterecht zonder toestemming contact had gezocht met de rechter-commissaris en dat de omstandigheden niet tot beëindiging van de regeling mochten leiden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof partijen voldoende gelegenheid had gegeven om zich uit te laten over de ingewonnen informatie en dat het aan verzoekers was om goede trouw aannemelijk te maken. De cassatie werd verworpen, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling bevestigd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw door verzoekers.