ECLI:NL:PHR:2012:BY4883
Parket bij de Hoge Raad
- Mr. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging moord en verkrachting met strafmotivering
De zaak betreft een verdachte die op 23 februari 2011 te Rotterdam zijn ex-vriendin heeft aangevallen met een scherp voorwerp, waarbij hij haar meerdere malen in vitale delen van het lichaam heeft gestoken. Daarnaast is hij veroordeeld voor verkrachting van een andere vrouw, waarbij geweld is gebruikt. De verdachte voerde verweren aan zoals afwezigheid van voorbedachte raad, noodweer en vrijwillige terugtred, maar het hof verwierp deze verweren op grond van de bewijsmiddelen.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, ambtsedige processen-verbaal en medische rapporten. Het hof concludeerde dat de verdachte ruim voldoende gelegenheid had om zich te beraden en dat het handelen niet voortkwam uit een hevige gemoedsbeweging. Het beroep op noodweer werd verworpen omdat geen feiten of omstandigheden een fysieke aanval van het slachtoffer aannemelijk maakten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, waarbij het verweer van afwezigheid van voorbedachte raad en noodweer werd afgewezen. Ook het verweer van vrijwillige terugtred faalde omdat het stoppen met steken niet afhankelijk was van de wil van de verdachte. De strafoplegging van acht jaar gevangenisstraf werd gemotiveerd door de ernst van de feiten, het blijvende letsel en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder alcoholafhankelijkheid en een persoonlijkheidsstoornis. De verdachte toonde geen inzicht in de ernst van zijn handelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsmiddelen en strafmotivering toereikend had gemotiveerd en dat het cassatieberoep daarom moest worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot acht jaar gevangenisstraf voor poging moord en verkrachting.