Conclusie
eerste middelricht zich tegen de motivering van bewezenverklaring van feit 1 en wel in het bijzonder tegen het bewezenverklaarde bestanddeel ‘in vereniging’.
(a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en
(b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 23 oktober 2007, LJN BA5858, NJ 2008, 70).”
tweede middelricht zich tegen de motivering van het als feit 3 bewezenverklaarde feit en bestrijdt in het bijzonder dat uit de gebezigde bewijsmiddelen valt af te leiden dat verdachte de ambtshandeling tezamen en in vereniging met anderen heeft belemmerd.
derde middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 3 voor zover het betreft de woorden ‘ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift’.
vierde middelklaagt over de ontoereikende weerlegging van een verweer.
vijfde middelklaagt over de strafmotivering. Het Hof heeft -voor zover voor de beoordeling van het middel van belang- overwogen dat het blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 mei 2011 er rekening mee gehouden dat verdachte eerder is veroordeeld en wel door de economische politierechter ter zake van een op 9 mei 2009 gepleegd feit.