Conclusie
I. De namens de verdachte voorgestelde middelen
1 primair
eerste namens de verdachte voorgestelde middelklaagt dat het onder 1 primair bewezenverklaarde, in het bijzonder voor zover zij behelst dat de verdachte als (mede)pleger (telkens) opzettelijk een grote hoeveelheid hennep heeft afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
'Softdrugtransacties en handelingen in het kader handel in hennep'. Ook voor de door de rechtbank gekozen benaderingswijze geldt naar het oordeel van het hof dat daardoor de aandacht is afgeleid van de in het kader van de bewijswaardering te beantwoorden vragen, in zoverre dat niet per incident is verantwoord wat, direct dan wel indirect, de redengevende feiten en omstandigheden zijn voor het oordeel dat de verdachte zich in het kader van het betreffende incident schuldig heeft gemaakt aan één of meer van de in de tenlastelegging verweten gedragingen.
II. Het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel
Vrijspraak feit 3
witwasvermoeden(cursivering, EH), nu gedurende het opsporingsonderzoek geldstromen en vermogensbestanddelen in beeld zijn gebracht die zich tegen de achtergrond van het legale inkomen van de verdachte, zoals dat is gebleken uit aangiftes gedaan bij de belastingdienst en documenten betrekking hebbend op zijn commerciële bedrijfsvoering, niet zonder nadere verklaring volledig laten begrijpen;
bewijslastverdeling(cursivering, EH) in de onderscheiden procedures en voor aan de proceshouding van een verdachte te verbinden consequenties;
de bewijskracht en de bewijswaarde van hetgeen zij ter terechtzitting heeft gepresenteerd ontoereikend is om tekortkomingen in de verklaringen van de verdachte op te vatten als een onvoldoende weerlegging van het bewijsvermoeden van witwassen(cursivering, EH);