Conclusie
[verdachte]
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof het verzoek van de verdediging, zoals gedaan op de terechtzitting 12 januari 2012 en zoals herhaald op de terechtzitting van 6 september 2012 tot het horen van een achttal getuigen onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen.
tweede middelklaagt erover dat het Hof het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2012 opnieuw had moeten aanvangen nu het Hof anders was samengesteld dan de daaraan voorafgegane zitting van 12 januari 2012 op welke zitting sprake is geweest van enig onderzoek. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 september 2012 blijkt evenmin dat het Hof het geschorste onderzoek opnieuw is aangevangen. Aldus zou het arrest niet zijn gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting.
derde middelklaagt over de bewezenverklaring van feit B. Nu die bewezenverklaring uitsluitend berust op de verklaringen van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (voetnoten 33 tot en met 38) zoals afgelegd tegenover de verbalisanten, terwijl de verdediging desgevraagd niet de gelegenheid heeft gehad deze personen te ondervragen, heeft het Hof in strijd met art. 6, eerste lid en 3 EVRM de bewezenverklaring doen steunen op verklaringen die de verdediging niet heeft kunnen toetsen, aldus de steller van het middel. Gesteld wordt derhalve dat de bewijsmiddelen onvoldoende redengevend althans ontoereikend zijn voor de bewezenverklaring.
vierde middelklaagt over ’s Hofs verwerping van het beroep op noodweer.
vijfde middelbevat de klacht dat het Hof het beroep op noodweerexces heeft verworpen, zonder dat deze verwerping naar de eis van de wet met redenen is omkleed.
LJNBN7732.