ECLI:NL:PHR:2013:529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid voor onvergunde opslag van afvalstoffen ondanks betwisting afvalstofkarakter
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte voor het opzettelijk overtreden van artikel 10.60 Wet milieubeheer door feitelijke leiding te geven aan verboden opslag van afvalstoffen zonder vergunning. Verdachte stelde zich in cassatie onder meer op het standpunt dat het opsporingsonderzoek onrechtmatig was gestart zonder verdenking en dat het materiaal geen afvalstoffen waren, maar waardevolle grondstoffen.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens gebrek aan verdenking. Het hof mocht het opsporingsonderzoek baseren op aanwijzingen en eerdere overtredingen, ook zonder concreet vermoeden van schuld. Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat het overgebrachte non-ferrometaal als afvalstof kwalificeert omdat het nog niet was gerecycled en de houder zich ervan wilde ontdoen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het vereiste opzet in het economisch strafrecht kleurloos is, gericht op de gedraging en niet op de wederrechtelijkheid. Verdachte hoefde zich niet bewust te zijn van het ontbreken van vergunningen bij opslaglocaties. De Hoge Raad stelde dat van een professionele handelaar in recycling mag worden verwacht dat hij de geldende regelgeving kent. Ten slotte werd ambtshalve strafvermindering toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens opzettelijke overtreding Wet milieubeheer met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.