Conclusie
Overmacht cq. AVAS
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken wegens het als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij ongewenst was verklaard, in strijd met artikel 197 Sr Pro (oud). De verdediging voerde aan dat sprake was van overmacht en afwezigheid van alle schuld, omdat de verdachte buiten zijn schuld niet kon voldoen aan zijn vertrekplicht vanwege het ontbreken van reisdocumenten en de onmogelijkheid tot uitzetting van Chinese vreemdelingen.
Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij alles had gedaan om Nederland te verlaten en dat de algemene problematiek rond uitzetting van Chinese vreemdelingen niet voldoende was om overmacht aan te nemen. De Hoge Raad overweegt dat sinds 24 december 2010 de strafoplegging bij veroordeling wegens artikel 197 Sr Pro in overeenstemming moet zijn met de EU-terugkeerrichtlijn, die vereist dat de rechter zich ervan vergewist dat de terugkeerprocedure is doorlopen.
In deze zaak blijkt uit het arrest van het hof niet dat deze verificatie heeft plaatsgevonden, waardoor de strafoplegging niet in stand kan blijven. De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging ambtshalve, maar verwerpt het cassatieberoep voor het overige. De uitspraak benadrukt het belang van naleving van de terugkeerrichtlijn bij strafoplegging voor illegaal verblijf van ongewenste vreemdelingen.
Uitkomst: De strafoplegging wordt ambtshalve vernietigd omdat niet is vastgesteld dat de terugkeerprocedure conform de EU-richtlijn is doorlopen.