1 Dit heeft te maken met de renteaftrek op de deelnemingsrente die verband hield met een buitenlandse deelneming die op grond van het arrest Bosal - in weerwil tot de tot dan toe geldende wettekst (art. 13, lid 1 (oud), Wet Vpb) - verplicht in aftrek moest worden toegelaten.
2 Rechtbank Haarlem 19 augustus 2008, nr. AWB 06/10338.
3 Hof Amsterdam 6 januari 2011, nr. P08/01047, LJN BP0670, V-N 2011/14.13, NTFR 2011/319, met noot Hofman.
4 Dit is overigens dezelfde belastingplichtige, althans het coördinatiecentrum, als de belastingplichtige die centraal stond bij HR 14 oktober 2005, nr. 41 050, V-N 2006/4.19.
5 De inspecteur heeft zich in hoger beroep (alsnog) verenigd met het meer subsidiaire standpunt van belanghebbende.
6 HR 26 april 1989, nr. 24 446, na conclusie Verburg, LJN ZC4024, BNB 1989/217, met noot Den Boer, FED 1989/527, met aantekening Daniels, V-N 1989, blz. 1571.
7 Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 3, p. 11 en 14.
8 Wet van 13 december 1996 tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met het oog op het tegengaan van uitholling van de belastinggrondslag en het versterken van de fiscale infrastructuur, Stb. 1996, 651.
9 In de MvT worden genoemd: HR 23 augustus 1995, nr. 29 521, LJN AA1681, BNB 1996/3, met noot Hoogendoorn, FED 1995/767, met aantekening Auerbach, V-N 1995/3149; HR 6 september 1995, nr. 27 927, na conclusie Verburg, LJN AA1683, BNB 1996/4, V-N 1995/3297; HR 20 september 1995, nr. 29 737, na conclusie Van Soest, LJN AA1682, BNB 1996/5, FED 1996/216, met aantekening Van Weeghel, V-N 1995/3573; HR 27 september 1995, nr. 30 400, LJN AA1668, BNB 1996/6, FED 1996/217, met aantekening Van Weeghel, V-N 1995/3569, en HR 10 maart 1993, nr. 28 139, LJN ZC5286, BNB 1993/196, met noot Den Boer, V-N 1993/1167.
10 Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 3 (MvT), blz. 11, resp. blz. 15.
11 Kamerstukken I 11 december 1996, blz. 11-453.
12 Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 3 (MvT), p. 20.
13 Kamerstukken I 1996/97, 24 696, nr. 52a (VV EK), p. 3.
14 Kamerstukken I 1996/97, 24 696, nr. 52b (MvA EK), p. 4.
15 Kamerstukken I 2006/07, 30 572 (Wijziging van belastingwetten ter realisering van de doelstelling uit de nota Werken aan winst (Wet werken aan winst)), nr. C, p. 23.
16 Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 5 (NV), p. 32.
17 Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 3 (MvT), p. 20.
18 A-G Wattel 30 november 2010, nr. 10/00075, LJN BP4680, NTFR 2011/318, met noot Van Dam, V-N 2011/3.19.
19 HR 6 september 1995, nr. 27 927, LJN: AA1683, BNB 1996/4, met noot van Hoogendoorn.
20 Van der Geld, Hoofdzaken vennootschapsbelasting, Fed fiscale studieserie, (nr. 31), Deventer: Kluwer 2008, blz. 116-117. Hierbij zij overigens aangetekend dat Van der Geld niet ingaat op HR BNB 2005/169 (zie 6.5).
21 HR 1 december 1999, nr. 34 217, na conclusie Van den Berge, LJN AA3829, BNB 2000/111, met noot Van der Geld; FED 2000/65, met aantekening Albert; V-N 1999/57.21.
22 HR 17 december 2004, nr. 39 080, na conclusie Overgaauw, LJN AP6652, BNB 2005/169, met noot Van der Geld.
23 HR 17 oktober 2008, nr. 42 954, BNB 2009/29.
24 HR 13 maart 2009, nr. 43 946, BNB 2009/123.
25 Ook uit het arrest Zwijnenburg kan worden afgeleid dat de meerwegenleer nog springlevend is: Zie HR 11 juli 2008, nr. 43 144, BNB 2008/245. Dit arrest komt in onderdeel 9 van deze conclusie aan de orde.
26 Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), onderdeel 2.2.3.D.b1.
27 J.N. Bouwman, Wegwijs Vennootschapsbelasting, Den Haag: SDU 2011, onderdeel 4.2.3.2.
28 J. Doornebal, 'De opmars van het zakelijkheidscriterium', TFO 2001/153.
29 A. Kruiswijk, 'De winstdrainageregelingen en het leerstuk van de wetsontduiking', WFR 2002/1501.
30 Voetnoot in origineel: "N.H. de Vries en R.J. de Vries, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), 2.12.D, suppl. 252 (mei 1997)."
31 P.G.H. Albert, Renteaftrek in de Wet Vpb 1969, Den Haag: SDU 2004, onderdeel 3.8.1.
32 J.G. Verseput, Totale winst in de Vennootschapsbelasting, Deventer: Kluwer 2004.
33 Q.W.J.C.H. Kok , Eén jaar Werken aan winst, MBB 2008, nr. 1.
34 Voetnoot in origineel: "Wat 'in overwegende mate' in procenten is, is niet aangegeven. Een bij het normale spraakgebruik aansluitende interpretatie is dat in overwegende mate inhoudt: meer dan 50%."
35 Van Es, 'Fiscale hoegrootheden', WFR 2011/1069.
36 Vereniging voor Belastingwetenschap, Aftrek van rente in de vennootschapsbelasting, in het bijzonder art. 10a: ongewijzigd handhaven, aanpassen of afschaffen, Deventer: Kluwer 2006, blz. 28.
37 O.C.R. Marres, Winstdrainage door renteaftrek (FM nr. 113), Deventer: Kluwer 2008.
38 Voetnoot in origineel: "Kamerstukken I 1996/97, 24 696, nr. 52b, p. 4. Vgl. tevens nr. 3, p. 22 en nr. 5, p. 35."
39 Voetnoot in origineel: "Kennelijk anders: Hof Amsterdam 15 december 2004, V-N 2005/18.13, r.o. 5.4 (persoonlijke belangen van de dividendgenieter zijn niet zakelijk) en Hof 's-Hertogenbosch 17 mei 2006, 04/02493, V-N 2006/45.1.5, r.o. 4.2 (privéwensen van de dividendgenieter zijn niet zakelijk). Zie ook J. van Strien, Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting (FM nr. 119), Deventer: Kluwer 2007, p. 294 en 337-338."
40 O.C.R. Marres, Winstdrainage door renteaftrek (FM nr. 113), Deventer: Kluwer 2008.
41 Voetnoot in origineel: "Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 3, p. 22 en Kamerstukken II 1995/96, 24 696, nr. 5, p. 35."
42 O.C.R. Marres, Winstdrainage door renteaftrek (FM nr. 113), Deventer: Kluwer 2008.
43 Vereniging voor Belastingwetenschap, Aftrek van rente in de vennootschapsbelasting, in het bijzonder art. 10a: ongewijzigd handhaven, aanpassen of afschaffen, Deventer: Kluwer 2006, blz. 17 en 18.
44 Van der Geld, Hoofdzaken vennootschapsbelasting, Fed fiscale studieserie, (nr. 31), Deventer: Kluwer 2008, blz. 126.
45 Q.W.J.C.H. Kok , Eén jaar Werken aan winst, MBB 2008, nr. 1.[]
46 R.J. de Vries, 'Kwaliteit van fiscale rechtsvinding en fiscale regelgeving. Fraus legis, de zogeheten meerwegenleer en de interactie met art. 10a Wet VPB 1969', WFR 2010/114.
47 S.A.W.J. Strik, 'Wetsvoorstel Werken aan winst: een aantal resterende aandachtspunten', WFR 2006/1311.
48 Voetnoot in origineel: "Kamerstukken II 2005/06, 30 572, blz. 46."
49 Voetnoot in origineel: "Kamerstukken I 2006/07, 30 572, C, blz. 23."
50 Zie bijvoorbeeld: HR 9 april 2010, nr. 08/04160, na conclusie Wattel, LJN BK6053, BNB 2010/291, met noot Marres, FED 2010/76, met aantekening Geurtsen, V-N 2010/19.21; NTFR 2010/1079, met noot Monteiro HR 9 april 2010, nr. 09/01703, na conclusie Wattel, BNB 2010/292, V-N 2010/19.19, NTFR 2010/904, met noot Smit.
51 Dit onderdeel van het oordeel (r.o. 4.14.1 - 4.14.4) is ook niet in geschil.
52 HvJ EG 29 november 2001, zaak C-17/00 (De Coster), jurispr. blz. I-9445.
53 HvJ EG 8 september 2005, gevoegde zaken C-544/03 en C-545/03 (Mobistar en Belgacom Mobile), jurispr. blz. I-7723.
54 HR 23 januari 2004, nr. 38 258, na conclusie Wattel, LJN AI0739, BNB 2004/142, met noot Meussen.
55 HvJ EG 14 december 2000, zaak C-110/99 (Emsland-Stärke), na conclusie Alber, BNB 2003/169, met noot Weber.
56 HvJ EG 12 september 2006, zaak C-196/04 (Cadbury Schweppes), na conclusie Léger, BNB 2007/54, met noot Wattel.
57 HvJ EG 21 februari 2008, zaak C-425/06 (Part Service), BNB 2009/1, met noot Swinkels.
58 Tot deze conclusie kwam ik ook in 'Fraus legis in de 21e eeuw', NTFRB 2011-6.
59 HvJ EG 13 december 2005, nr. C-446/03 (Marks & Spencer II), na conclusie Poiares Maduro, BNB 2006/72, met noot Wattel.
60 HvJ EG 13 maart 2007, zaak C-524/04 (Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation), na conclusie Geelhoed, FED 2007/41, met aantekening Smit.
61 HvJ EG 17 september 2009, nr. C- 182/08 (Glaxo Wellcome), V-N 2009/47.20.
62 Conclusie A-G HvJ Kokott, 16 juli 2009, nr. C-352/08 (Zwijnenburg), V-N 2009/35.16.
63 HvJ EU 20 mei 2010, nr. C-352/08 (Zwijnenburg), na conclusie Kokott, BNB 2010/257, met noot Van der Geld.
64 HvJ EU 21 januari 2010, nr. C-311/08 (SGI), na conclusie Kokott, NJ 2010,269, met noot van Mok.
65 Conclusie A-G HvJ Cruz Villal?n, 29 september 2011, nr. C-318/10 (SIAT), te vinden op eur-lex.
66 HvJ EU 10 november 2011, nr. C-126/10 (Foggia SGPS SA), V-N 2011/62.28 en NTFR 2011/2634.
67 Conclusie A-G Wattel voorafgaand aan HR 23 januari 2004, nr. 38 258, LJN AI0739, BNB 2004/142 met noot Meussen.
68 B.J.M. Terra en P.J. Wattel, European Tax Law, 5th edition 2008, Kluwer Law International, p. 746.
69 V-N 2007/15.9.
70 R.J. de Vries, 'Kwaliteit van fiscale rechtsvinding en fiscale regelgeving', WFR 2010/114.
71 Voetnoot in origineel: "P.C. van der Vegt, t.a.p., onderdeel 4.2, blz. 768, schrijft: "(...) de fraus legis-opvatting van de Hoge Raad, inhoudende dat een zakelijke externe overname de zakelijkheid van de voor die overname aangetrokken (groepsinterne) geldlening impliceert. Deze opvatting sluit naadloos aan op het hiervóór geschetste communautaire raamwerk. De door de wetgever sinds 1 januari 2007 voorgestane invulling van art. 10a Wet VPB 1969, inhoudende dat de zakelijkheid van een rechtshandeling slechts de zakelijkheid van de financiering impliceert indien geen sprake is van een "onzakelijke omleiding", kan EG-rechtelijk niet door de beugel."
72 Cursus Belastingrecht (Europees Belastingrecht), 5.1.7.B.a Algemeen.
73 P. Kavelaars, 'Misbruik van recht in de EU', WFR 2011/1177.
74 Von Meijenfeldt, 'Art. 10a Conformité Européenne?', Forfaitair 2011/218.
75 B.J. Kiekebeld en J.A.R. van Eijsden, Nederlands belastingrecht in Europees perspectief:, Deventer: Kluwer 2007.
76 Voetnoot in origineel: "Zie o.a. HvJ EG 17 juni 2004, zaak C-30/02 (Recheio Cash & Carry), punt 17."
77 Voetnoot in origineel: "Zie HvJ EG 7 januari 2004, zaak C-201/02 (Wells)"
78 O.C.R. Marres, Winstdrainage door renteaftrek (FM 113), Deventer: Kluwer 2008, blz. 249 - 259.
79 Voetnoot in origineel: "Tekenend is in dit verband dat uit Kamerstukken II 1996/97, 24 696, nr. 8, p. 7 blijkt, dat de wetgever bij schuldigerkenningen in de zin van art. 10, eerste lid (oud), niet wenste te accepteren dat een buitenlands concern ervoor zou kiezen om - zelfs wanneer er geen sprake is van een geldelijk voordeel - in zijn thuisland belasting te betalen in plaats van in Nederland."
80 Voetnoot in origineel: "Vgl. Verkooijen, r.o. 34 (afschrikwekkend effect), Safir, r.o. 26-30 (belemmering kan onderdanen ervan weerhouden om van hun vrijheid gebruik te maken) en Lankhorst-Hohorst, r.o. 32 ('De betrokken fiscale regeling maakt de uitoefening van de vrijheid van vestiging ... minder aantrekkelijk'). Zie voorts onderdeel 5.11 van de conclusie van A-G Wattel bij HR 23 januari 2004, BNB 2004/142, met noot van meussen."
81 Voetnoot in origineel: "Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 8, p. 70."
82 J. Vleggeert, Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132), blz. 192-195, Deventer: Kluwer 2009.
83 Voetnoot in origineel: "Hiervoor pleit O.C.R. Marres, Winstdrainage door renteaftrek (Artikel 10a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 na 'Werken aan winst'), FM nr. 113, Deventer: Kluwer 2008, p. 258."
84 W.W. Monteiro en mr. M. Koerts, 'Verslag van de NOB-rondetafelbijeenkomst', sectie EU-recht, WFR 2011/319.
85 Voetnoot in origineel: "HvJ EG 26 oktober 1999, zaak C-294/97 (Eurowings)."
86 Voetnoot in origineel: "HvJ EG 18 september 2003, zaak C-168/01 (Bosal Holding)."
87 Voetnoot in origineel: "HvJ EG 12 juli 2005, zaak C-403/03 (Schempp)."
88 Voetnoot in origineel: "Zie bijvoorbeeld het huidige art. 10a, derde lid, onderdeel b, Wet VPB 1969."
89 Voetnoot in origineel: "Art. 10a, derde lid, onderdeel a, Wet VPB 1969."
90 Voetnoot in origineel: "HvJ EG 28 oktober 1999, zaak C-55/98 (Vestergaard)."
91 Voetnoot in origineel: "Zie bijvoorbeeld HvJ EG 12 september 2006, zaak C-196/04 (Cadbury Schweppes), punt 51, en de aldaar aangehaalde rechtspraak."
92 Voetnoot in origineel: "Zie bijvoorbeeld MvA, Kamerstukken I 2006/07, 30 572, nr. C, blz. 44: "Artikel 10a van de Wet VPB is gericht tegen bepaalde in de wet omschreven constructies waarmee op gekunstelde wijze rentelasten worden gecreëerd. Het gaat bijvoorbeeld om kasrondjes in de vorm van schuldig gebleven dividenden, kapitaalstortingen of teruggaven van kapitaal, waarmee een schuld aan een groepsmaatschappij wordt gecreëerd."
93 Voetnoot in origineel: "HvJ EG 13 maart 2007, zaak C-524/04 (Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation), met name punt 80-83."
94 Voetnoot in origineel: "HvJ EG 13 maart 2007, zaak C-524/04 (Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation), punt 82."