ECLI:NL:PHR:2013:BZ3886
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor poging afpersing en diefstal met geweld met DNA-bewijs
Op 2 oktober 2008 werd in Breda slachtoffer 1 overvallen en met een mes in haar hals gestoken door een dader die zich met een zwarte Volkswagen Golf verplaatste. Op 12 februari 2005 werd slachtoffer 2 overvallen, gesneden met een mes in arm en gezicht, en beroofd van zijn portemonnee en rijbewijs. Verdachte werd op grond van getuigenverklaringen, bandensporen, kentekenwaarnemingen en DNA-sporen op de paraplu van slachtoffer 1, het mes en de rugtas van slachtoffer 2 als dader aangewezen.
Het hof achtte het bewijs wettig en overtuigend, ondanks discussie over de betrouwbaarheid van het DNA-onderzoek door Independent Forensic Services (IFS) en de mogelijkheid van een contra-expertise. De verdediging verzocht om een DNA-tegenonderzoek, dat het hof afwees met verwijzing naar eerdere deskundigenverklaringen en de overige bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het tegenonderzoek niet noodzakelijk was, mede gelet op de ontwikkelingen in DNA-technologie en het belang van het DNA-bewijs. Verder werd de redelijke termijn in cassatie overschreden. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van feit 2 en de strafoplegging.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst terug voor hernieuwde beoordeling van feit 2 en strafoplegging.