ECLI:NL:HR:2013:BZ3886
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering in zaak geweldsincidenten met DNA-bewijs
In deze strafzaak werd verdachte beschuldigd van twee geweldsincidenten met gebruik van een mes, gepleegd in 2005 en 2008 in Breda. Het hof achtte verdachte wettig en overtuigend schuldig op basis van getuigenverklaringen, forensisch bewijs waaronder DNA-onderzoek op een paraplu en een mes, en bandensporen die overeenkwamen met de auto van verdachte.
De verdediging voerde onder meer een verzoek tot DNA-tegenonderzoek aan, dat door het hof werd afgewezen met motivering dat het bestaande bewijsmateriaal overtuigend was en het verzoek niet noodzakelijk. De Hoge Raad bevestigde deze afwijzing en herhaalde de criteria voor het toewijzen van een dergelijk verzoek, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatiefase was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf werd verminderd van tien jaar naar negen jaar en acht maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. De zaak werd deels vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde berechting en afdoening van het strafopleggingsdeel.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels, vermindert gevangenisstraf tot negen jaar en acht maanden en bevestigt afwijzing DNA-tegenonderzoek.