ECLI:NL:PHR:2013:BZ5353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering en schadeloosstelling bij onteigening in stadsvernieuwingsproject Amersfoort
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de werkelijke waarde van een perceel grond in Amersfoort dat onteigend is in het kader van een stadsvernieuwingsproject. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van de residuele waarderingsmethode, wat resulteerde in een hogere vergoeding dan het deskundigenadvies dat uitging van een intuïtieve methode.
De Gemeente betwistte deze waardering en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had waarom zij de deskundigen niet volgde en waarom de residuele methode passend was, mede gezien het ontbreken van voldoende concrete exploitatiegegevens. De Hoge Raad herhaalt dat de onteigeningsrechter vrij is om een waarderingsmethode te kiezen die hij het meest geschikt acht en niet gebonden is aan het advies van deskundigen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank voldoende heeft gemotiveerd waarom de intuïtieve methode onvoldoende houvast bood en waarom de residuele methode, ondanks enkele tekortkomingen in gegevens, passend was. Wel wordt erkend dat de rechtbank mogelijk te gemakkelijk het rapport van de partijdeskundige heeft gevolgd zonder voldoende aandacht voor de kritiek op de opbrengsten van garages, wat een punt van verdere behandeling kan zijn. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering van de waarderingsmethode door de onteigeningsrechter en bevestigt zijn zelfstandige onderzoeksbevoegdheid bij het vaststellen van schadeloosstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met nadruk op motivering van de waarderingsmethode.