ECLI:NL:PHR:2013:BZ7146

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/02172
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ongeldige volmacht

In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch het vonnis van de Politierechter bevestigd waarbij verdachte wegens verduistering is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en een schadevergoedingsmaatregel van € 10.250,50 is opgelegd.

Namens verdachte is cassatieberoep ingesteld door twee advocaten, die twee middelen van cassatie hebben voorgesteld. Bij de stukken bevond zich een akte cassatie met een brief van een advocaat die een griffiemedewerker machtigde om cassatie in te stellen.

De Hoge Raad overweegt dat een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker slechts geldig is indien deze tevens de verklaring bevat dat de advocaat bepaaldelijk door de verdachte is gemachtigd tot het instellen van cassatieberoep. Deze voorwaarde is in dit geval niet vervuld, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Anders dan bij hoger beroep kan dit verzuim bij cassatie niet worden hersteld. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ongeldige volmacht.

Conclusie

Nr. 11/02172
Mr. Vegter
Zitting 19 februari 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 28 maart 2011 - behalve wat betreft de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel - bevestigd het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Maastricht van 29 maart 2010 waarbij de verdachte wegens 1., 2. en 3. telkens "verduistering" is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 10.250,50 en aan de verdachte voor hetzelfde bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens de verdachte cassatieberoep ingesteld. Namens de verdachte hebben mr. C. Reijntjes-Wendenburg en mr. D.M. Penn, beiden advocaat te Maastricht, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Aan de bespreking van de middelen kom ik gelet op het navolgende niet toe. Bij de stukken van het geding bevindt zich een "akte cassatie" die het volgende inhoudt:
"Heden, 28 april 2011, verscheen ter griffie van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
[betrokkene 1]
administratief ambtenaar bij dit gerechtshof,
blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1968,
wonende te [woonplaats],
die verklaarde beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van 28 maart 2011, alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen beslissingen, door dit hof gewezen in de zaak met parketnummer 20-001445-10 tegen [verdachte] voornoemd."
Aan deze akte is gehecht een brief van D.M. Penn. Deze brief houdt het volgende in:
"Betreft: [verdachte]/OM
Uw ref: 20-001445-10
(...)
In bovengenoemde zaak stel ik mij als raadsman van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats]. Het verstekvonnis d.d. 28 maart 2011 is op 22 april 2011 aan hem bekendgemaakt.
Namens cliënt machtig ik hierbij de griffier van uw Hof om cassatie in te stellen tegen voornoemd arrest van uw Hof met rolnummer: 20-001445-10. Gelet op de in acht te nemen termijn, verzoek ik u hiervoor per ommegaande zorg te willen (doen) dragen.
Voorts verzoek ik u mij een kopie van de akte rechtsmiddel te doen toekomen.
U bij voorbaat dankend voor uw medewerking in deze en in afwachting van uw nadere berichten, verblijft,
Hoogachtend,
D.M. Penn"
4. Een advocaat kan een griffiemedewerker schriftelijk machtigen tot het instellen van beroep in cassatie voor de verdachte. Deze schriftelijke volmacht dient dan wel als verklaring van de advocaat in te houden dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep.(1) Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, zoals hier het geval is, leidt dit tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.(2) Anders dan bij het instellen van hoger beroep, bestaat bij het instellen van beroep in cassatie geen mogelijkheid dit verzuim te herstellen.(3) Uit het voorgaande volgt dat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102, m.nt. Borgers, rov. 3.7.
2 Vgl. bijv. HR 1 november 2011, LJN BT6444, NJ 2012/25, m.nt. Borgers; HR 3 april 2012, LJN BV9108; HR 12 juni 2012, LJN BX0091.
3 HR 20 maart 2012, LJN BV6999, NJ 2012/426, m.nt. Bleichrodt, rov. 2.8.