ECLI:NL:PHR:2013:CA3901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omkering bewijslast bij belastingaanslagen op basis van microfichegegevens uit 1994
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2002 en 2003 aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen opgelegd, met correcties en boeten vanwege zijn naam op een microfiche van rekeninghouders bij de Kredietbank Luxemburg uit 1994. Over de jaren 1990-2000 waren soortgelijke aanslagen al onherroepelijk vastgesteld. Het geschil betrof de vraag of de bewijslast in 2002 en 2003 nog steeds omgekeerd en verzwaard mag worden op basis van het oude microfiche.
De rechtbank en het hof bevestigden de aanslagen en pasten omkering van de bewijslast toe, waarbij het hof de boetebeschikkingen vernietigde. De Hoge Raad overwoog dat de bewijsketen berust op het microfiche en ervaringsregels, maar dat de bewijssterkte voor latere jaren afneemt. Belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat hij niet meer over een rekening beschikte, noch dat hij de bank had gevraagd dit te bevestigen.
De Hoge Raad benadrukte dat de bewijslast omkering alleen mag plaatsvinden als de inspecteur eerst voldoende bewijs levert en dat belanghebbende in de beste positie is om tegenbewijs te leveren. De bewijsvoering hoeft niet strikt sluitend te zijn, maar het is aan de feitenrechter om te beoordelen wanneer de keten te zwak wordt. De conclusie van de advocaat-generaal was dat het cassatieberoep ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de omkering van de bewijslast voor de jaren 2002 en 2003 wordt bevestigd.