ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5424
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebeschikkingen inkomstenbelasting 2002 en 2003 wegens niet opgegeven buitenlandse banktegoeden
Belanghebbende werd door de inspecteur aangeslagen voor de jaren 2002 en 2003 met correcties op het inkomen uit sparen en beleggen vanwege niet opgegeven tegoeden op rekeningen bij de Kredietbank Luxemburg (KB-Lux). Tegelijkertijd werden boetes van 100% van de belasting over deze correcties opgelegd wegens vermeend opzet. Belanghebbende voerde bezwaar aan en stelde dat hij geen vermogen bij KB-Lux aanhield.
De rechtbank mat de correcties en boetes, maar het hoger beroep van belanghebbende richtte zich op vernietiging van de boetes. Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs leverde dat het niet aangeven van de buitenlandse tegoeden aan opzet van belanghebbende te wijten was, mede omdat het saldo uit 1994 onvoldoende bewijs vormt voor het bezit in 2002 en 2003. Het hof vernietigde daarom de boetebeschikkingen.
De belastingaanslagen zelf werden bevestigd na vermindering van de correcties met een derde, conform eerdere uitspraken. Het hof wees het hoger beroep van de inspecteur tegen deze vermindering af. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten en bepaalde het griffierecht. De uitspraak bevestigt de noodzaak van voldoende bewijs voor het opleggen van boetes wegens opzet in belastingzaken.
Uitkomst: Boetebeschikkingen voor 2002 en 2003 worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van opzet, belastingaanslagen bevestigd na vermindering.