ECLI:NL:PHR:2014:1738
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens ontbreken onderzoek door psychiater
Op 25 juli 2014 werd betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis in bewaring gesteld. De officier van justitie verzocht op 28 juli 2014 de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling, onderbouwd met een geneeskundige verklaring van een arts in opleiding tot specialist, geen psychiater. De rechtbank verleende de machtiging op 31 juli 2014, ondanks het ontbreken van een onderzoek door een niet-behandelend psychiater, en verwierp het verweer dat dit een wettelijke vereiste is.
Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat het rechtsmiddelenverbod van art. 29 lid 5 Wet Pro Bopz doorbroken kan worden omdat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden. De Hoge Raad bevestigde dat een machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling slechts mag worden verleend indien betrokkene persoonlijk is onderzocht door een niet-behandelend psychiater, een essentiële waarborg tegen willekeurige vrijheidsbeneming conform art. 5 lid 1 EVRM Pro.
In deze zaak was die voorwaarde niet vervuld. De arts in opleiding tot specialist die de verklaring opstelde, was niet bevoegd als psychiater en betrokkene was niet door een niet-behandelend psychiater onderzocht. De rechtbank had de behandeling moeten aanhouden om alsnog een dergelijk onderzoek mogelijk te maken. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens het ontbreken van een persoonlijk onderzoek door een niet-behandelend psychiater en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.