Conclusie
“zware mishandeling”, 2.
“opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden”, 3. primair
“de voortgezette handeling van zware mishandeling en mishandeling”en 5.
“openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negenentwintig maanden, waarvan zeventien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
tweede middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaarde zware mishandeling (feit 1 en 3) op de grond dat het hof de term “zwaar lichamelijk letsel” uit artikel 302 Sr Pro onjuist heeft uitgelegd en zodoende de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten. Het
vijfde middelkeert zich met een motiverings- en een rechtsklacht tegen de wijze waarop het hof de primair tenlastegelegde zware mishandeling (feit 3) heeft “gesplitst” en primair zowel zware mishandeling als mishandeling heeft bewezenverklaard. Deze middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
EN
iets minderbewezenverklaard dan was tenlastegelegd,
niet iets anders. Het essentiële deel van het verwijt (mishandeling) is behouden gebleven. [4] De tenlastelegging kan in zijn geheel immers bezwaarlijk anders worden begrepen dan dat het OM de verdachte slechts mishandeling wilde verwijten, indien de gekwalificeerde vorm, zware mishandeling, niet bewijsbaar (of strafbaar) zou zijn. [5] De gestelde grondslagverlating vermag ik derhalve op dit punt niet in te zien. Het vijfde middel kan in zoverre niet slagen.
kunnenoordelen dat tatoeages in de lies en bij de tepels wel en tatoeages onder de voet géén zwaar lichamelijk letsel opleveren.
nu de noodzaak tot medisch ingrijpen, zonder welk ingrijpen het letsel blijvend is, al door de verdachte in het leven geroepen is. Er is een herstelactie benodigd om het lichamelijk letsel niet (meer) zwaar te laten zijn. Louter dat gegeven maakt in deze zaak dat het lichamelijk letsel als zwaar is te kwalificeren, aldus versta ik het hof. Ik vind die opvatting alleszins begrijpelijk. Dat een meervoudige en gecompliceerde beenbreuk met de huidige stand van de medische wetenschap – naar doorgaans mag worden verwacht – vrijwel pijnloos is te genezen, namelijk met een goede medische behandeling en met voldoende en doeltreffende pijnstillers, brengt ook niet mee dat die beenbreuk geen zwaar lichamelijk letsel meer mag worden genoemd.
derde middelklaagt over de afwijzing van het voorwaardelijk verzoek van de raadsvrouw om een deskundige te horen. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof heeft miskend dat het horen van een deskundige over het verwijderingsproces van tatoeages noodzakelijk is, althans dat de afwijzing van het verzoek van de raadsvrouw daartoe onbegrijpelijk is.
voorwaardedat het hof
zou twijfelenaan de stelling van de raadsvrouw dat “
de stand van de techniek vandaag de dag zodanig is dat tatoeages vrijwel pijnloos volledig – dus zonder achterlating van littekens o.i.d. – kunnen worden verwijderd”. Uit de hierboven weergegeven overwegingen van het hof moet volgen dat deze voorwaarde niet was vervuld. Het hof twijfelde niet aan hetgeen door de raadvrouw omtrent het verwijderen van tatoeages naar voren was gebracht en heeft derhalve geen noodzaak gezien de getuige te horen. Daarmee heeft het hof zijn beslissing op een begrijpelijke wijze gemotiveerd.
vierde middelkomt met een motiveringsklacht op tegen ’s hofs beslissing tot afwijzing van het verzoek om af te zien van het horen van getuige [betrokkene 1].
dat alleen dan de verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad, indien de punten waarover de getuige kan verklaren, in redelijkheid niet van belang kunnen zijn voor enige in zijn strafzaak te nemen beslissing dan wel redelijkerwijze moet worden uitgesloten dat die getuige iets over bedoelde punten zou kunnen verklaren”. [13]