ECLI:NL:PHR:2014:2299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijsuitsluiting bij niet-ondervraagde getuige en steunbewijs in poging tot afpersing
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot afpersing. Centrale vraag was of een belastende verklaring van een getuige die niet door de verdediging kon worden ondervraagd, als bewijs mocht dienen. Het hof had geoordeeld dat de verklaring weliswaar niet beslissend was, maar dat voldoende steunbewijs aanwezig was, waaronder historische gegevens van de mobiele telefoon van verdachte.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat een verklaring van een niet-ondervraagde getuige niet zonder meer mag worden gebruikt, tenzij er voldoende steunbewijs is dat de betrokkenheid van verdachte bevestigt. In deze zaak is het oordeel van het hof dat het bewijs niet in beslissende mate op de getuigenverklaring steunt, maar wel voldoende steunbewijs aanwezig is, onbegrijpelijk. De verklaring van de getuige is juist doorslaggevend om tot bewezenverklaring te komen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het steunbewijs toereikend is en vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op feit 3 (poging tot afpersing) en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. De uitspraak benadrukt het belang van het ondervragingsrecht en de noodzaak van voldoende steunbewijs bij gebruik van niet-ondervraagde verklaringen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste bewijswaardering.