ECLI:NL:HR:2007:BA5836
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens onvoldoende steunbewijs bij getuigenverklaring in diefstalzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meerdere feiten, waaronder diefstal van een personenauto en bijbehorende goederen op 9 juni 2003 te Amersfoort. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld op basis van getuigenverklaringen die tegenover de politie waren afgelegd. De verdediging kon deze getuige echter niet ondervragen tijdens het geding, wat een punt van bezwaar vormde.
De Hoge Raad stelt dat het gebruik van een proces-verbaal met een getuigenverklaring niet in strijd is met art. 6 EVRM Pro, mits de betrokkenheid van verdachte voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen en dat deze steun betrekking moet hebben op de betwiste onderdelen van de verklaring. In deze zaak bleek dat de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde feit uitsluitend gebaseerd was op de verklaringen van de getuige, zonder voldoende aanvullende steun.
De verdediging had meerdere pogingen gedaan om de getuige te laten verschijnen, maar deze was onvindbaar. Het hof had desondanks de verklaringen tot bewijs gebruikt. De Hoge Raad oordeelt dat dit onrechtmatig was en vernietigt het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende steunbewijs voor de getuigenverklaring.