ECLI:NL:PHR:2014:231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting bij gebruik weg tijdens schorsing kentekenbewijs
Belanghebbende was eigenaar van een personenauto waarvan het kentekenbewijs gedurende het heffingstijdvak geschorst was. De Inspecteur legde een eerste naheffingsaanslag op wegens constatering van gebruik van de weg op 12 maart 2010. Na twijfel over deze constatering trok de Inspecteur deze aanslag in. Vervolgens legde hij een tweede naheffingsaanslag op over hetzelfde tijdvak, gebaseerd op een constatering van gebruik op 23 april 2010.
De Rechtbank vernietigde de tweede naheffingsaanslag omdat belanghebbende op grond van een brief van de Inspecteur mocht vertrouwen dat de schorsing was beëindigd. Het Hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de eerste naheffingsaanslag in stand had moeten blijven en dat voor de tweede aanslag geen ruimte was.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had, omdat de eerste aanslag was ingetrokken vanwege onvoldoende bewijs van gebruik op 12 maart 2010, en de tweede aanslag gebaseerd was op een andere constatering. De Hoge Raad bevestigde dat de Inspecteur bevoegd is om meerdere naheffingsaanslagen over hetzelfde tijdvak op te leggen indien deze gebaseerd zijn op verschillende constatering van gebruik. Ook is het opleggen van een tweede aanslag niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur, noch met het vertrouwensbeginsel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat de Inspecteur de tweede naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd en dat het beroep in cassatie gegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en bevestigt dat de tweede naheffingsaanslag terecht is opgelegd.