Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het beklag
Code de l’ instruction criminelleverving. Art. 336 van Pro dit wetboek luidde:
forum privilegiatumen kunnen door het Openbaar Ministerie in eerste aanleg worden vervolgd voor de rechtbank [26] . Indien wordt geklaagd over niet-vervolging, kan het hof in geen geval bevelen dat de personen tegen wie het beklag mede is gericht (hier: de drie betrokken leden van het hof en de gerechtsambtenaar) als medeverdachte in de zin van art. 485 Sv Pro in eerste aanleg zullen worden vervolgd voor de Hoge Raad. Een zodanig bevel kan slechts door de Hoge Raad worden gegeven (art. 13a Sv). Zodra bij Koninklijk Besluit of bij besluit van de Tweede Kamer der Staten-Generaal een last tot vervolging van de voormalig minister is gegeven, is de procureur-generaal bevoegd deze oud-bewindspersoon in eerste aanleg voor de Hoge Raad te vervolgen en daarmee ook de medeverdachten.
indirectmoeten uitspreken over een door de bewindspersoon gepleegd ambtsmisdrijf. Omgekeerd, indien het hof een op grond van art. 12 Sv Pro ingediend beklag over niet-vervolging ter zake van medeplichtigheid aan een door een bewindspersoon gepleegd ambtsmisdrijf ongegrond zou verklaren, zou die beslissing in het grondwettelijk systeem m.i. niet in de weg staan aan een last tot vervolging van de betrokken bewindspersoon bij Koninklijk Besluit of besluit van de Tweede Kamer en een daarop volgend besluit van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot vervolging van een medeverdachte. Hoe dan ook, het hof heeft in het onderhavige klaagschrift blijkbaar geen ander strafrechtelijk verwijt van klager aan deze vier personen gelezen dan het verzoek hen als medeverdachte in eerste aanleg voor de Hoge Raad te vervolgen indien de voormalig minister ter zake van genoemd ambtsmisdrijf zou worden vervolgd. Daarvan uitgaande, moet het beklag niet-ontvankelijk worden verklaard omdat niet gebleken is van een last tot vervolging van de oud-minister, verstrekt bij Koninklijk Besluit of besluit van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en een zodanige last ook niet binnen afzienbare termijn te verwachten is.