“De verdachte geeft aan dat hij de straf te hoog vindt.
(…)
Wat betreft de hennepkwekerij het volgende. Het houden van de weedhokken was geen vrijwillige actie. Ik was weggegaan bij [betrokkene 4] , omdat zij een weedhok nam. Nadat ik echter bij haar weg was gegaan, kwamen er mannen bij mij op de stoep die mij dwongen om weedhokken te nemen. Ik heb er zelf niets aan gedaan, het gebeurde in het huis dat ik huurde. Er werden twee kamers voor gebruikt. Desgevraagd antwoord ik u dat ik zelf weinig deed; ik heb zelf niet geteeld, ik heb het toegestaan; ik deelde niet in de winst en ik gaf de plantjes geen water. Daar kwamen om de twee dagen mensen voor langs.
Ook de vernieling heb ik niet zelf gedaan. Ik heb geen verstand van elektriciteit, de jongens hebben dat allemaal gedaan. Het klopt wel dat ik dat heb laten gebeuren. Ik wist dat er stroom afgetapt werd. Desgevraagd antwoord ik u dat ik de aanmaning van het nutsbedrijf van € 7.000,- niet heb betaald, omdat ik niet aangemaand ben.
U vraagt mij waarom ik niets heb gedaan om het huis in de oude staat terug te brengen. Ik zeg u dat ik al zo veel meegemaakt had: ik was in elkaar geslagen door die mannen, had een pistool tegen mijn hoofd gehad.
Desgevraagd antwoord ik u dat ik daar geen aangifte van heb gedaan bij de politie. Daar heb ik niet aan gedacht.
U vraagt mij namen te noemen. Die mannen heten [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 7], enz. Ze hebben bijnamen.
U vraagt mij wat er zou gebeuren als ik die mannen zou aangeven. Ik zeg u dat ze mij verteld hadden dat ik dan in een auto meegenomen zou worden. Ze dreigden ook mijn kinderen wat aan te doen en ik ben in elkaar geslagen.
Desgevraagd antwoord ik u dat de mannen kennissen waren van mijn ex-vriendin [betrokkene 4] . Ik kende ze niet goed. In de tijd dat zij met [betrokkene 4] contact hadden, zat ik in Spanje. In september 2009 kwamen er weedhokken in haar huis door die mannen. Ik wilde dat niet en toen ging de relatie steeds slechter. Omdat ik er niets mee te maken wilde hebben, ben ik weggegaan bij [betrokkene 4] en verhuisd naar Hillegom. Ik had toen even rust, maar daarna kwamen ze bij mij langs. Ik hoor u zeggen dat uit het sms-verkeer tussen mij en de mannen niet blijkt dat sprake is van dwang, maar eerder van samenwerking. Ik zeg u dat dit logisch is. Ze wisten dat het tegen hen gebruikt kon worden. Ze hadden ook iedere maand een ander nummer, dat kreeg ik dan door als ze de plantjes water kwamen geven. Ze dachten dat ik een grote pot in Spanje had, maar dat was niet zo. Ik heb de auto verkocht en ik had niets meer op een gegeven moment, dus daarom heb ik hen toen om geld gevraagd.
Desgevraagd antwoord ik u dat ik toen niet naar de politie ben gegaan, omdat ik door die drie mannen geïntimideerd werd.
(…)
De verdachte verklaart dat hij bang voor hen is. Het zijn geen kleine jongens en gezien het proces-verbaal van hun verhoor weten zij zich goed uit de situatie te praten.”