Conclusie
Omstandigheden van dat moment
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor het weigeren mee te werken aan een ademonderzoek op grond van artikel 163 lid 2 Wegenverkeerswet Pro 1994, met een voorwaardelijke geldboete en rijontzegging van negen maanden. Verdachte had eerder een alcoholslotprogramma (ASP) opgelegd gekregen voor hetzelfde feit, wat volgens de Hoge Raad kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens dubbele vervolging.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2015:434) waarin is bepaald dat strafvervolging naast een opgelegd ASP in strijd kan zijn met beginselen van een goede procesorde. De raadsman van verdachte had dit aangevoerd, maar het hof had dit onvoldoende onderzocht. De Hoge Raad acht het daarom noodzakelijk dat het hof nader onderzoekt hoe de verhouding tussen het ASP en de strafvervolging ligt.
Daarnaast zijn de overige middelen van cassatie, waaronder motiveringsklachten over bewijs en strafoplegging, verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte als bestuurder handelde en dat de opgelegde straf passend is gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling, waarbij expliciet aandacht moet worden besteed aan de mogelijke dubbele vervolging wegens het ASP.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar dubbele vervolging in verband met het alcoholslotprogramma.