Conclusie
middelwordt geklaagd dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd het verweer heeft verworpen dat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig is geweest en dat de zaak moet worden teruggewezen naar de rechtbank.
- of in casu het klaagschrift ex art. 552a Sv kan of moet worden aangemerkt als ‘enig stuk’ waaruit kan blijken dat de verdachte in de strafprocedure is voorzien van rechtsbijstand en dus of daaruit kan blijken dat sprake is van een raadsman die ingevolge art. 51 Sv Pro een afschrift van de relevante stukken dient te ontvangen;
- indien de voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, speelt in het verlengde daarvan de vraag of in het geval dat dit pas in hoger beroep blijkt, omdat de stukken die betrekking hebben op het klaagschrift ex art. 552a Sv in eerste aanleg niet in het dossier zaten, dit een omissie is die vergelijkbaar is met het ontbreken van de (wel verzonden) stelbrief in het dossier en dus ook tot schending van art. 51 Sv Pro kan leiden. Over deze vraag heeft de Hoge Raad zich naar mijn weten nog niet expliciet uitgelaten.
de eerste aanlegeen raadsman is opgetreden, zoals bedoeld in het hiervoor aangehaalde arrest uit 1997. Onderhavige zaak biedt de mogelijkheid dat de Hoge Raad zich erover uitlaat wat in dit verband onder “aanleg” moet worden verstaan en of hiertoe ook procedures ingevolge art. 552a Sv behoren. [8] Ik zie niet in waarom het optreden in het kader van een klaagschrift ex art. 552a Sv in casu niet onder “het optreden in eerste aanleg” zou vallen. Bovendien weegt mee dat het arrest van de Hoge Raad van 1997 impliceert dat als de stukken met betrekking tot de beklagprocedure wel in het dossier hadden gezeten, de betrokken advocaat als raadsman had moeten worden aangemerkt aan wie ingevolge art. 51 Sv Pro een afschrift van de dagvaarding had moeten worden gestuurd.