Conclusie
nietuit een eigen geweldshandeling bestaat. “De invulling van de samenwerkingeis met criteria die aanleunen tegen die van het medeplegen dient hier om het ontbreken van zelf gepleegd geweld te compenseren”, aldus de AG Knigge. Daarbij wijs ik erop dat in de Nota naar aanleiding van het Verslag nog het volgende valt te lezen:
enigszinstoegevoegd waarop de hierboven onder 16 aangehaalde Nota naar aanleiding van het Verslag doelt?
Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving (cursivering van mij, AG
).
en/ofconstructie, met name het “
of”.Dient uit dit laatste te worden afgeleid dat ook louter gedragingen ná voltooiing van het strafbare feit het “medeplegen” kunnen constitueren? En zo ja, geldt dat dan ook voor de meergenoemde bijzondere delictsomschrijvingen? Bevestigende beantwoording van deze vragen betekent, voor zover mij bekend, een nogal spectaculaire oprekking van het begrip “medeplegen” zoals dit sinds jaar en dag wordt uitgelegd, zulks terwijl de afgelopen jaren in de rechtspraak van de Hoge Raad juist een tendens naar het strenger interpreteren van “medeplegen” en de bedoelde bijzondere delictsomschrijvingen valt te signaleren.
Een van de medeverdachte meisjes, [betrokkene 3], heeft verklaard dat onder meer verzoeker is mee gerend en even later is teruggekomen met een tas. Zij hoorde het meisje met de bloedneus richting verzoeker en de groep roepen of zij haar tas terug mocht hebben. Zij heeft gezien dat verzoeker een Blackberry uit de tas haalde en weggaf aan een meisje. Volgens [betrokkene 3] is de straatroof gepleegd door onder meer verzoeker (“[verdachte]”). [21] Voorts valt uit de voor het bewijs gebezigde videobeelden op te maken dat verzoeker de weggenomen zwarte handtas van [betrokkene 1] in zijn handen heeft en deze op het perron neerlegt, en dat daarbij onder anderen [betrokkene 3] aanwezig was.