Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van witwassen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De verdediging stelde onder meer dat het Hof ten onrechte het verzoek tot aanhouding van de zaak afwees om nadere stukken te bestuderen die pas ter terechtzitting in hoger beroep aan het dossier waren toegevoegd. Tevens werd geklaagd over het niet horen van een bankmedewerkster uit Liechtenstein als getuige.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de stukken die deel uitmaken van het dossier onterecht buiten beschouwing heeft gelaten zonder de verdediging in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten, waardoor het onderzoek ter terechtzitting nietig is. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het verzoek tot het horen van de getuige is afgewezen, met name omdat de verdediging pas ter terechtzitting met belastende verklaringen werd geconfronteerd.
De overige middelen, waaronder klachten over de causaliteit en relativiteit van de schadevergoeding, worden verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuw oordeel. De zaak betreft complexe bewijsvoering rondom witwassen met internationale elementen en de toepassing van procesrechtelijke waarborgen in hoger beroep.