13. In het onderhavige geval bestond de bedreiging met geweld in “met bedekt gelaat en dreigend met de handen in de zakken agressief tegen die [slachtoffer] zeggen "geef mij je geld". Voor wat betreft de omstandigheden waaronder die bedreiging plaatsvond heeft het Hof vastgesteld, dat de verdachte en zijn mededaders pizza’s bij de bedreigde hebben laten bezorgen op een, zoals de bedreigde ontdekte, niet bestaand adres, dat de verdachte en zijn mededaders met drie personen waren, dat de bedreigde alleen was en door een van de mededaders tegen hem gezegd is "Hou je bek of ik doe je wat teringlijder".
14. Laatstgenoemde, door het Hof kennelijk als vaststaand aangemerkte uitlating heeft het Hof, hoewel deze wel is tenlastegelegd, niet bewezenverklaard. Dat lijkt mij op een vergissing te berusten. Aan de vaststelling van het Hof doet deze omstandigheid dan ook niet af.
15. Hoewel de als bedreiging met geweld bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en zijn mededaders op zichzelf geen bedreiging met geweld inhouden, heeft het Hof niet gemotiveerd waarom die gedragingen bedreiging met geweld opleveren. Niettemin meen ik dat uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de gedragingen van verdachte en zijn mededaders, zoals het Hof kennelijk en zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting heeft geoordeeld, in de omstandigheden van het geval bij de bedreigde in redelijkheid de vrees hebben kunnen doen ontstaan dat geweld jegens hem zou worden uitgeoefend. Doorslaggevend daarvoor acht ik dat verdachte en zijn mededaders op het slachtoffer afkwamen toen deze had ontdekt dat hij naar een niet bestaand adres was gestuurd en dus kennelijk in de val was gelokt. Daar komt bij dat verdachte en zijn mededaders kennelijk kwaad in de zin hadden omdat twee van hen een bivakmuts droegen en dus kennelijk niet herkend wilden worden en één van hen dreigde de verdachte wat te zullen aandoen wanneer hij er niet het zwijgen toe deed. Gelet op al deze omstandigheden acht ik voor dit oordeel niet wezenlijk of verdachte en zijn mededaders de handen nu dreigend in de zakken hadden of niet.
16. Het middel faalt.
17. Het
derde middelklaagt over innerlijke tegenstrijdigheid van de gebezigde bewijsmiddelen.
18. In de toelichting op het middel wordt erop gewezen dat volgens bewijsmiddel 4, de verklaring van de bedreigde, verdachte een van de drie personen was die hem heeft beroofd, terwijl volgens bewijsmiddel 5 de beroving is gepleegd door vier personen, anderen dan verdachte, volgens bewijsmiddel 6 door drie personen, eveneens anderen dan verdachte.
19. Hier is inderdaad sprake van een tegenstrijdigheid als in de toelichting op het middel beschreven, en nog wel op een essentieel onderdeel van de bewijsvoering, de rol van verdachte. Dit betekent dat de bewezenverklaring niet toereikend is gemotiveerd en dat het arrest dus niet in stand kan blijven.
20. Het middel slaagt.
21. Het
vierde middelis gericht tegen de strafmotivering voor zover luidende:
“De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het afpersen en beroven van een pizzabezorger. De verdachte en zijn mededaders hebben de pizzabezorger gedwongen geld, sigaretten en pizza's af te geven. De handelwijze van de verdachte en zijn mededaders getuigt van volkomen gebrek aan respect voor de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer.”