Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
om een beroep te doen op genoemde schorsende werking(curs. W-vG) misbruikt, kan hij die werking opzij zetten. Een van de omstandigheden die maakt dat de belastingplichtige de aan hem in beginsel toekomende bevoegdheid om een beroep te doen op genoemde schorsende werking misbruikt, is het oordeel van de rechter dat het verzet zo duidelijk kansloos is dat het belang van de belastingschuldige bij schorsing van de tenuitvoerlegging niet opweegt tegen het belang van de ontvanger bij voortzetting van de tenuitvoerlegging.
17.1 Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
de rechter, zij het in een kort geding na het gelegde beslag en niet in de verzetprocedure, de schorsende werking van het door de belastingplichtige ingestelde verzet opzij heeft gezet. M.i. kan dus niet uit de conclusie worden afgeleid, zoals de staatssecretaris doet, dat Bakels zou menen dat de ontvanger zelf altijd en zonder enige rechterlijke toets, de schorsende werking van het instellen van verzet zou kunnen negeren [58] . De verwijzing van de staatssecretaris naar de conclusie van A-G Bakels kan dan ook niet een afdoende rechtvaardiging van het in artikel 17.1 Leidraad neergelegde beleid vormen. Overigens komt een rechterlijke toetsing achteraf noch in de Leidraad noch in de daaraan door de staatssecretaris gegeven invulling terug. Daarin lijkt juist uitgangspunt dat de rechter, in het geval waarin departementele toestemming is verleend, ook achteraf niet meer geconsulteerd behoeft te worden en geheel buiten spel wordt gezet. In zoverre gaat de Leidraad dan ook sowieso verder dan hetgeen Bakels zou hebben bepleit.