ECLI:NL:PHR:2015:955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belang strafvordering boven verschoningsrecht bij beslag op IGZ-dossiers in zaak voormalig arts CityKliniek
Deze zaak betreft het beklag tegen beslag op patiëntendossiers die door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) werden verstrekt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een voormalig arts van de CityKliniek. De Rechtbank Den Haag had het klaagschrift gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij het beslag op 22 dossiers werd opgeheven omdat geen strafvorderlijk belang meer bestond, terwijl het beslag op andere stukken bleef gehandhaafd.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel van de klager, dat zich richt op het vermeende ontbreken van strafvorderlijk belang bij inzage in de stukken, faalt omdat het oordeel van de Rechtbank begrijpelijk is en gebaseerd op de voorlopige aard van het standpunt van het Openbaar Ministerie. Tevens wordt geoordeeld dat sommige stukken onder het afgeleide verschoningsrecht van de IGZ vallen, met name de dossiers van tien patiënten die onderwerp zijn van het onderzoek, maar dat het belang van waarheidsvinding prevaleert.
De Hoge Raad constateert een onduidelijkheid in de terminologie van de Rechtbank omtrent de term 'patiëntendossier', maar acht dit voor de uitvoering van de beschikking niet bezwaarlijk. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de klager onvoldoende belang heeft bij vernietiging, aangezien ook bij een ander oordeel de doorbreking van het verschoningsrecht gerechtvaardigd zou zijn. De beslissing bevestigt het belang van strafrechtelijk onderzoek boven het verschoningsrecht in deze context.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de voormalig arts wordt verworpen; het belang van strafvordering prevaleert boven het verschoningsrecht van de IGZ.