Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak
3.Het beslag bij het BFT
- De vier onderzoeksrapporten die betrekking hebben op de notarissen [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] , met bijlagen inhoudende gespreksverslagen van interviews met medewerkers van Pels Rijcken;
- De vier tuchtklachten ingediend door het BFT tegen voornoemde vier notarissen;
4.De beklagprocedure en de beschikking van de rechtbank
3.Omvang van het beslag
5.Aard van het beslag
6.De beschikking van de rechter-commissaris
7.Het toetsingskader
8.Zelfstandig verschoningsrecht
9.Ontvankelijkheid
10.Afgeleid verschoningsrecht
11.Het beklag
12.Overige bezwaren BFT
13.De beslissing
5.De verschillende grondslagen van het verschoningsrecht in relatie tot het BFT
maatschappelijke functievan een persoon of instelling – die niet direct betrekking heeft op een hulpverleningsrelatie met een cliënt – een verschoningsrecht kan worden toegekend. Ook al kan de grens tussen een beroep en een functie een vloeiende zijn, zal ik voor dit type verschoningsrecht in deze conclusie de term ‘functioneel verschoningsrecht‘ gebruiken, omdat deze term bij de analyse van de positie van de toezichthouders die zich in onderhavige beklagprocedures uitdrukkelijk beroepen op een uit hun functie voortvloeiend zelfstandig verschoningsrecht, goed aansluit. [29]
professioneelverschoningsrecht is in het Wetboek van Strafvordering in art. 218 verankerd Pro en toegekend aan hen die “uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt [30] tot geheimhouding verplicht zijn”. De wettelijke bepaling is breed geformuleerd en benoemt niet aan welke subjecten het verschoningsrecht wordt toegekend. In de jurisprudentie van de Hoge Raad is de kring van professioneel verschoningsgerechtigden beperkt tot de zogenaamde vertrouwensberoepen, waaronder advocaten, notarissen, artsen en geestelijken worden begrepen (‘het klassieke kwartet’). [31] De grondslag van het professioneel verschoningsrecht is gelegen in een in Nederland algemeen geldend rechtsbeginsel, dat meebrengt dat “bij zodanige vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden”. [32]
functioneelverschoningsrecht, formuleert de Hoge Raad het volgende beoordelingskader dat uit drie stappen bestaat:
6.Het eerste middel: heeft het BFT een zelfstandig verschoningsrecht?
als toezichthoudertoekomt. In de schriftuur wordt het verschoningsrecht gebaseerd op (i) het systeem van de wet, waarin de bedoeling van de wetgever aan het BFT een zelfstandig verschoningrecht toe te kennen besloten zou liggen en (ii) de functie van het BFT en het belang van een zelfstandig verschoningsrecht voor het kunnen uitoefenen van die functie. Hierin lijkt een (enigszins vermengd) beroep op een verschoningsrecht op grond van het hiervoor door mij onderscheiden lex-specialisverschoningsrecht en op het functionele verschoningsrecht vervat te zijn.
toezichtverstrekte informatie, is tijdens de parlementaire behandeling niet onder ogen gezien. Indien deze weg door het openbaar ministerie kan worden bewandeld, dan kan ik me voorstellen dat dit niet alleen verstrekkende gevolgen heeft voor het adequaat en effectief functioneren van het BFT, zoals in deze beklagprocedure door het BFT wordt aangevoerd, maar ook voor de procedurele waarborgen waarmee de handhaving van het verschoningsrecht is omgeven.