Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
Belastingblad2014/ 403 met noot Kruimel.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
Feiten
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving, wetsgeschiedenis, beleid, jurisprudentie en literatuur
5.Beschouwing en beoordeling
Het eerste en tweede middel
toepassingvan het Reglement 2011B en niet (meer) op de vervanging van het oorspronkelijke Reglement door het Reglement 2011B. [40]
conditio sine qua nonvoor de totstandkoming van een BI-zone. Dat is tijdens de behandeling van de wet in het parlement uitgebreid aan de orde geweest. [43] Wettelijk is er in artikel 4 van Pro de Experimentenwet BI-zones slechts een beperkt aantal criteria opgenomen waaraan een draagvlakmeting moet voldoen. [44] Aan de gemeenten wordt zo een zekere vrijheid gelaten. [45] Dat blijkt ook uit de parlementaire geschiedenis: ‘Het college moet naar eigen inzicht zorgen voor een eerlijke meting met inachtneming van enkele waarborgen (derde en vierde lid [van artikel 4; A-G]) en in voorkomend geval aanvullende bepalingen in de gemeentelijke verordening’. [46]
achtereenvolgens(i) een uitvoeringsovereenkomst gesloten, (ii) op reguliere wijze een heffingsverordening vastgesteld door de gemeenteraad en (iii) een wettelijke gewaarborgde draagvlakmeting gehouden. [56]
ten tijde van het sluiten van de uitvoeringsovereenkomstgeen vereniging met volledige rechtsbevoegdheid was. ’s Hofs overwegingen zeggen aldus niets over het, ook bij het Hof aan de orde gestelde, [72] gebrek dat de Verordening in strijd met artikel 7 van Pro de Experimentenwet BI-zones niet een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid aanwees.
plicht. [75] In verband daarmee is de draagvlakmeting buiten het verband van de vereniging gehouden. In de memorie van toelichting staat hierover: ‘Lidmaatschap van de vereniging is uiteraard geheel vrijwillig, de uiteindelijke draagvlakmeting wordt nadrukkelijk buiten het verband van de vereniging om georganiseerd. [76]