Conclusie
eerste middelkeert zich tegen ’s hofs afwijzing van het verzoek tot het horen van [betrokkene 1] als getuige.
tweede middelklaagt over ’s hofs afwijzing van het verzoek tot het horen van de aangevers [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] en [betrokkene 5] als getuigen.
derde middelklaagt, bezien in samenhang met de toelichting daarop, dat het hof het verweer dat de verklaringen van de aangevers dienen te worden uitgesloten van het bewijs ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
NJ2013/145 m.nt. Schalken. In dit arrest worden de overwegingen 6.3.1. tot en met 6.3.3. van de Hoge Raad uit HR 1 februari 1994, ECLI:NL:HR:1994:AB7528,
NJ1994/427 m.nt. Corstens geciteerd. Overweging 6.3.3. uit voornoemd arrest houdt, voor zover hier van belang, in:
belastendeverklaring”. Immers, blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 april 2011 zoals weergegeven onder 5.2 heeft het hof vastgesteld, hetgeen gelet op de inhoud van de voor het bewijs gebezigde verklaringen van de aangevers niet onbegrijpelijk is, dat de aangevers niet verklaren over de betrokkenheid van de verdachte bij de oplichting maar enkel over de wijze waarop deze zou hebben plaatsgevonden. Het hof heeft de betrokkenheid van de verdachte bij de aan hem ten laste gelegde feiten afgeleid uit de andere door het hof gebezigde bewijsmiddelen en dan met name uit de inhoud van de bij de verdachte in beslag genomen gegevensdragers. In dit licht bezien en gelet op de onder 5.3 aangehaalde overweging van de Hoge Raad, is het gebruik van de verklaringen van de aangevers voor het bewijs derhalve niet ongeoorloofd en niet onverenigbaar met art. 6, eerste en derde lid aanhef en onder d, EVRM.
vierde middelbevat de klacht dat het hof niet, althans niet op kenbare wijze, de bewijsmiddelen en de daartoe redengevende feiten en omstandigheden heeft vermeld waarop de bewezenverklaring steunt.
vijfde middelklaagt dat het hof de bewezenverklaringen onvoldoende heeft gemotiveerd nu (i) in de bewijsconstructie gebruik is gemaakt van algemene processen-verbaal van relaas of bevindingen inhoudende een overzicht en samenvatting van de onderliggende bijlagen waarvan niet altijd duidelijk is aan welke bijlage(n) de betreffende tot het bewijs gebezigde informatie is ontleend en (ii) dat deze processen-verbaal volgens de steller van het middel ontoelaatbare conclusies bevatten nu daarin gevolgtrekkingen worden vermeld en voor het bewijs worden gebezigd die zijn voorbehouden aan de rechter. Zodoende is in de bewijsconstructie onvoldoende onderscheid gemaakt tussen redengevende feiten en omstandigheden en de gevolgtrekkingen die daaraan verbonden moeten worden.
Bewijsmiddel 8:
Tevens blijkt dat [betrokkene 2] naar Amsterdam komt en hier kennelijk eerder is geweest, aangezien Pape refereert aan de vorige keer dat zij [betrokkene 2] hebben opgehaald.
Bewijsmiddel 10:
12 pagina’s met betrekking tot deze oplichtingzijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 255.000,- op een bank op Cypres, (blz. 51 t/m 62)
4 pagina’s met betrekking tot deze oplichtingzijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 130.000,- op een bank op Cypres in de stad Limassol (blz 64 tm 67)
6 pagina’s met betrekking tot deze oplichtingzijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 75.000,- op een bank op Cypres in de stad Limassol. Op blz 73 een mail van [betrokkene 6] aan [betrokkene 3] de rekeninggegevens. Dit betreffen de Byblos Bank Sal, St Andrew, Limassol. Cyprus. De swiftcode is [004] ,De rekeninghouder is [C] Co. Het rekeningnummer is [005] Filenummer [006] (blz 70 tm 75)
16 pagina’s met betrekking tot deze oplichtingzijnde een emailwisseling waarin wordt medegedeeld dat [betrokkene 3] een ‘Drug Free Clearance Certificate’, een Euroclear Central Securities Depository Clearance Certificate en een Clear Source of Funds nodig heeft om zijn koffers te krijgen. De totale kosten voor deze formulieren bedragen US$ 64.775,33 (blz. 76 tm 91)
6 pagina’s met betrekking tot deze oplichtingzijnde een emailwisseling over een ontmoeting bij de Nederlandse bank op 25 oktober 2007. Tevens wordt medegedeeld dat er iets mis is gegaan met de betaling. (94 t/m 99)
14 pagina’s met betrekking tot deze oplichtingzijnde email gericht aan [betrokkene 3] en afkomstig van [betrokkene 6] . Dit betreffen een mededeling dat [betrokkene 3] €12.850,- opslagkosten moet betalen. [betrokkene 3] wordt verzocht een kopie paspoort, een kopie “deposit agreement” en een kopie van zijn energienota te sturen. Bankgegevens van de bank in Cypres worden doorgegeven. Er wordt medegedeeld dat de chemicaliën niet meer werken en dat er nieuw gekocht moet worden, 1 van de keuzes is een bedrag van €22.700,-. (blz 106) Er wordt een afspraak bevestigd voor 25 september 2007 om de koffers te leveren. Er moet US$ 64.77533 voor eerder genoemde formulieren (blz. 100 t/m 113) betaald worden.”
Bewijsmiddel 12:
De betreffende richtlijnen hadden slechts één doel en dat was het slachtoffer [betrokkene 5] bewegen tot het doen van allerlei betalingen voor zogenaamde belasting, certificaten en dergelijke.
Bewijsmiddel 14:
zogenaamd testamentvan [betrokkene 14] . In dit testament wordt vermeld dat het vermogen van [betrokkene 14] onder andere wordt nagelaten aan [D] Malaysia. Het testament is op de laatste bladzijde voorzien van de nodige stempels, zegels en handtekeningen en is gedateerd op 25 oktober 1999 .
zogenaamde certificaatis afgegeven door de United Nations. Security Counsel/Counter-Terrorism Committee. Certificaat is op naam gesteld van [D] .
zogenaamdeidentificatiebewijsvan de United Nations op haam gesteld van [betrokkene 4] van [D] en tevens voorzien van een foto van mogelijk [betrokkene 4] .
zogenaamd afgegevendoor de bank van Engeland. Hierin wordt toestemming gegeven tot de betaling van US$ 9.839.112562 aan [D] via de Hong Leong Bank. In het certificaat wordt de datum oktober 2006 genoemd .
zogenaamd van de Nederlandse bank, wordt opgemerkt dat er wederom, als voorschot, een bedrag betaald moet worden van 9850-. de brief is gedateerd op 16 november 2006.
zogenaamd van de Nederlandse bank, wordt opgemerkt dat er wederom, als voorschot, een bedrag betaald moet worden. Dit maal van € 9840,-. Deze kosten dienen ter betaling van de international Fund Transfer Routing Clearance Fee. De brief is gedateerd op 27 februari 2007.
In deze map bevindt zich een overlijdensakte van [betrokkene 14] . Dit is de fictieve persoon die zijn vermogen heeft nagelaten aan het slachtoffer [betrokkene 4] .
dat ze geloofde dat de ‘onbekende man’ de leiding had in allerlei zaken
[betrokkene 14]] is de fictieve persoon die zijn vermogen heeft nagelaten aan het slachtoffer [betrokkene 4] ” houdt een ontoelaatbare conclusie in, nu dit een aan de rechter voorbehouden conclusie bevat met betrekking tot onder 3 ten laste gelegde . Maar het hof is tot het oordeel gekomen dat er geen [betrokkene 14] is die zijn vermogen aan dit slachtoffer heeft nagelaten en daarin ligt besloten dat deze erflater dus een fictief persoon is. De conclusie die spreekt uit de woorden van de verbalisant is dus door het hof overgenomen.
[betrokkene 17]] betreft een slachtoffer van ‘419-fraude’ waarvan een zaaksdossier is opgemaakt.” is geen mening, gissing of gevolgtrekking. Deze opmerking is door het hof kennelijk verstaan - en kon ook worden verstaan – als een waarneming van de verbalisant naar aanleiding van kennisneming van het zaaksdossier 6 [betrokkene 17] . Een blik over de papieren muur leert dat blijkens dit zaaksdossier genoemde [betrokkene 17] telefonisch tegenover verbalisant [verbalisant] heeft verklaard te zijn opgelicht en geldbedragen te hebben overgemaakt.
zesde middelbevat de klacht dat de afgifte van € 15.850,00 in het onder 1 bewezen verklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan volgen.
zevende middelklaagt dat het onder 4 bewezen verklaarde niet uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, meer in het bijzonder vinden een aantal bewezen verklaarde feitelijke handelingen geen steun in de bewijsmiddelen.
Dit betrefthetzelfde formulier als wat [betrokkene 5] eerder had toegezonden!(Z- 7-5)
Dit betreft hetzelfde formulier als wat [betrokkene 5] eerder had toegezonden!(Z-7-6)
achtste middelklaagt dat het hof passages tot het bewijs heeft gebezigd die strijdig zijn met de door het hof gegeven deelvrijspraak van medeplegen van alle ten laste gelegde feiten.
negende middelbevat de klacht dat de verbeurdverklaring van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, ontoereikend is gemotiveerd.