Conclusie
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
eerste onderdeelis gericht tegen rov. 3.7 en 3.8 van het bestreden arrest en valt uiteen in acht subonderdelen (genummerd 1.1-1.8). Het onderdeel bestrijdt het oordeel van het hof dat het verhaalsrecht van Zürich tegenover LAG is beperkt tot het geval waarin Zürich meer heeft uitgekeerd dan haar verzekerde Poll in de onderlinge verhouding tot LAG aangaat en betoogt in de kern dat het hof heeft miskend dat Zürich in het kader van dit bevoegdheidsincident slechts behoefde te stellen dat LAG jegens Cargill hoofdelijk medeschuldenaar is en dat Zürich door de betaling aan Cargill op grond van art. 6:12 BW Pro is getreden in de rechten van Cargill jegens LAG.
3.Bespreking van het voorwaardelijke incidentele cassatiemiddel
Onderdeel 1.2bouwt op het voorafgaande onderdeel voort en betoogt dat het Oostenrijkse recht, net als het Nederlandse en het Belgische recht, een speciale subrogatiebepaling (§ 67 Versicherungsvertraggesetz) kent die prevaleert boven de algemene subrogatiebepalingen en dat het op grond van die bepaling geen verschil maakt of de schade aan de verzekerde of rechtstreeks aan de benadeelde wordt vergoed.
verzekerdeen verhindert niet dat de verzekeraar op grond van art. 6:12 en Pro 6:150 BW kan subrogeren in de rechten van de
benadeelde. Dat laatstgenoemde subrogatie door art. 7:962 BW Pro zou worden verhinderd, volgt niet uit het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2014. [20] In dat arrest betrof het een verhaalsvordering van een WAM-verzekeraar op een andere WAM-verzekeraar op grond van de voorziening voor het geval van samenloop opgenomen in art. 7:961 BW Pro. Uw Raad heeft geoordeeld dat in een dergelijk geval de verhaalzoekende WAM-verzekeraar zich niet in de bijzondere rechtspositie bevindt die door de WAM bij wijze van beschermingsmaatregel aan de benadeelde wordt toegekend, zodat aan de verhaalzoekende WAM-verzekeraar geen beroep toekomt op art. 6 lid 1 en Pro art. 11 lid 1 WAM Pro. Uit het arrest volgt niet dat de regeling inzake de verzekeraarssubrogatie van art. 7:962 BW Pro verhindert dat een WAM-verzekeraar op grond van art. 6:12 en Pro 6:150 BW subrogeert in de rechten van de benadeelde. [21]