ECLI:NL:PHR:2016:1335
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging Zorginstituut en Staat in cassatieprocedure over vergoeding PTED-behandeling
In deze procedure verzocht het Zorginstituut en de Staat zich te mogen voegen aan de zijde van Menzis in een cassatieprocedure tegen een verzekerde over de vergoeding van een rugoperatie volgens de PTED-methode uit 2007. Het hof had geoordeeld dat deze behandeling destijds conform de stand van de wetenschap en praktijk was, en Menzis veroordeeld tot (gedeeltelijke) vergoeding.
Het verzoek tot voeging werd getoetst aan art. 217 Rv Pro, waarbij het belang van de verzoekers centraal stond. De Hoge Raad bevestigde dat het belang bij voeging vereist is dat een ongunstige uitkomst in de procedure de rechtspositie van de verzoeker nadelig beïnvloedt. Het Zorginstituut stelde dat het oordeel van het hof gevolgen kan hebben voor het beoordelingskader dat het hanteert voor verzekerde zorg, terwijl de Staat wees op mogelijke financiële gevolgen voor het zorgstelsel.
De Hoge Raad oordeelde dat het Zorginstituut onvoldoende had toegelicht dat het oordeel van het hof direct gevolgen heeft voor het beoordelingskader, en dat de Staat slechts een belang had bij het voorkomen van precedentwerking, wat niet toereikend is. Daarom werd het verzoek tot voeging afgewezen. Hiermee blijft de cassatieprocedure beperkt tot partijen die direct betrokken zijn bij het geschil over de vergoeding van de PTED-behandeling.
Uitkomst: Het verzoek van het Zorginstituut en de Staat tot voeging in de cassatieprocedure is afgewezen wegens onvoldoende belang.