In juni 2005 zijn de verdachte [medeverdachte 1] en de verdachte [medeverdachte 2] in Peru geweest.
In oktober 2005 hebben de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] elkaar op de Anugabeurs in Keulen ontmoet. Volgens [betrokkene 7] hebben [medeverdachte 2] en [verdachte] elkaar eerder al ontmoet; ze hebben elkaar leren kennen in Amsterdam.
Op 7 november 2005 is waargenomen door de Spaanse politie dat [betrokkene 30] (hof:= [betrokkene 30] ) samen met [betrokkene 31] (hof:= [betrokkene 31] ) at in een Argentijns restaurant in de stad Majadahonda, vlak bij Madrid. Een uit Liverpool afkomstige Brit, die later [betrokkene 8] bleek te heten en de zoon is van [betrokkene 9] , at daar ook.
[medeverdachte 1] heeft [betrokkene 10] in het vooruitzicht gesteld dat zij diverse handelsartikelen in commissie zouden kunnen ontvangen van bevriende handelspartners.
[medeverdachte 1] heeft aan [betrokkene 10] meegedeeld dat er tien containers naar [betrokkene 10] onderweg waren. [betrokkene 10] wilde met slechts drie containers beginnen. Begin/midden oktober 2005 deelde [medeverdachte 1] [betrokkene 10] mee dat er drie containers waren aangekondigd. [betrokkene 10] meent dat het zou gaan om conserven met voedingsmiddelen. [betrokkene 10] heeft afschriften van de bescheiden inzake deze drie containers aan onder meer [medeverdachte 1] gestuurd. Volgens [betrokkene 10] zouden de containers niet lang in de haven blijven maar, om de kosten te beperken, naar een opslagloods worden gebracht. De kosten voor de opslagloods waren niet voor rekening van de ontvanger, [betrokkene 10] , maar voor de leveranciers uit Zuid-Amerika. [betrokkene 10] heeft nooit het origineel van de Bill of Lading gehad.
Op 7 november 2005 is [medeverdachte 1] naar Nederland gekomen.
Voor, althans omstreeks 11 november 2005 is de verdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) vanuit Spanje naar Nederland gekomen. Tussen 20 en 22 oktober 2005 heeft hij eveneens in Nederland verbleven. In de ochtend van 8 november 2005 heeft [medeverdachte 3] telefonisch contact gehad met [medeverdachte 1] . In november 2005 verbleef [medeverdachte 3] in een woning van een kennis van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] had [medeverdachte 2] een paar maanden voor november 2005 gevraagd of hij iemand kende die huizen verhuurde. [medeverdachte 2] heeft toen contact opgenomen met een kennis. Toen bleek dat die kennis nog een woning te huur had, heeft [medeverdachte 2] het telefoonnummer van die kennis aan [medeverdachte 1] gegeven.
Op 8 en 9 november 2005 zijn in Rotterdam de zeecontainers MLCU en de CAXU aangetroffen. De containers waren verzonden door het bedrijf [C ] te Peru. De geadresseerde van de containers was de firma [betrokkene 10] in Duitsland. [betrokkene 10] heeft in het kader van de transporten van deze containers samengewerkt met [medeverdachte 1] . [verdachte] had zowel vriendschappelijk als zakelijk contact met [medeverdachte 1] . In de woning van [verdachte] in [plaats] (Frankrijk) is op 13 december 2005 een dossiermap genaamd "Clientes [betrokkene 10] " aangetroffen, met daarin een originele handgeschreven lijst (lijst 1) die qua inhoud (nagenoeg) overeenkomt met de inhoud van de packing list van [C ] behorende bij de CAXU container.
De containers moesten worden afgeleverd bij de loods aan de [a-straat] te Zwanenburg. Die loods was vanaf augustus 2005 gehuurd op naam van [betrokkene 11] via [D] makelaars. Het faxnummer van [D] makelaars is aangetroffen in Berlijn (Duitsland) op de werkplek van [medeverdachte 1] . Het huren van de loods is geschied via bemiddeling van [betrokkene 12] . [betrokkene 12] is een vriend van [medeverdachte 2] . Zij zijn samen een aantal keer in de door [betrokkene 11] gehuurde loods geweest. Op 25 augustus 2005 heeft [medeverdachte 2] het bedrijf [E] B.V. bezocht. Hij zocht een vorkheftruck voor de firma [betrokkene 11] . Op 29 augustus 2005 heeft [betrokkene 11] een offerte aangevraagd bij genoemd bedrijf. [medeverdachte 2] staat op de offerte vermeld als contactpersoon. Uiteindelijk is een huurovereenkomst afgesloten. Kort na het contact tussen het bedrijf en [betrokkene 11] heeft [medeverdachte 2] weer naar het bedrijf gebeld met de vraag of een en ander met betrekking tot het contract met [betrokkene 11] gelukt was. De vorkheftruck is op 21 oktober 2005 afgeleverd bij het adres [a-straat] te Zwanenburg.
Op 11 november 2005 is [verdachte] naar Nederland gekomen. [verdachte] heeft ter zake van het transport van de drie containers tevoren, vanuit Frankrijk, al op donderdagmiddag 10 november 2005 telefonisch contact gehad met [betrokkene 13] . Hij informeerde bij [betrokkene 13] of die iemand wist die deze containers van Rotterdam naar Zwanenburg kon brengen. De partij was volgens [verdachte] bestemd voor Hartmut [betrokkene 11] en hij heeft diens telefoonnummer aan [betrokkene 13] gegeven.
In de middag van 11 november 2005 zijn de containers aangekomen bij de loods in Zwanenburg. Bij het uitladen van de containers waren de heren [betrokkene 11] en [betrokkene 14] aanwezig. [medeverdachte 2] heeft op 11 november 2005 meerdere malen telefonisch contact gehad met [betrokkene 14] . [medeverdachte 1] heeft op 11 november 2005 meerdere malen telefonisch contact gehad met [betrokkene 11] . De vrachtbrief behorende bij de containers had [betrokkene 11] van [medeverdachte 1] gekregen. Na het lossen van de pallets is [betrokkene 11] opgehaald door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , in de door [medeverdachte 2] op 7 november 2005 gehuurde auto. Op 11 november 2005, omstreeks 17.00 uur, werd de verdachte [betrokkene 3] gebeld door ene [betrokkene 15] . [betrokkene 15] vroeg [betrokkene 3] of hij een busje wilde huren om een vriend van hem te helpen en zei tegen [betrokkene 3] dat [betrokkene 3] nog zou worden gebeld door iemand. Die avond werd [betrokkene 3] gebeld door een man. Deze vroeg [betrokkene 3] of hij hem kon helpen de volgende dag. Er moesten groenten in blik worden gesorteerd in een loods. [betrokkene 3] moest de volgende dag om 10.00 uur bij het Intell Hotel in Amsterdam zijn.
Op verzoek van [betrokkene 3] heeft de verdachte [medeverdachte 4] een bus gehuurd, waarmee zij in de ochtend van 12 november 2005 samen naar het Intell Hotel zijn gereden. Vóór aankomst bij het hotel heeft [betrokkene 3] die ochtend meerdere keren met [verdachte] gebeld. [medeverdachte 4] is in de auto gebleven. Hij heeft gewacht bij een parkeergarage. [betrokkene 3] is uitgestapt. Bij het hotel stond een grote groep mensen. Twee Spaans sprekende personen, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ), zijn bij [betrokkene 3] en [medeverdachte 4] in de bus gestapt. Zij zijn vervolgens achter [medeverdachte 2] aangereden, naar de loods in Zwanenburg. [medeverdachte 2] vertoonde heel raar rijgedrag. Hij gaf bijvoorbeeld richting aan naar links en reed dan plotseling rechtdoor. Dan reed hij weer hard en dan weer zacht. Hij reed als een dwaas. [medeverdachte 4] had het idee dat [medeverdachte 2] mogelijk dacht dat hij werd gevolgd.
[betrokkene 1] moest van [medeverdachte 3] naar Nederland komen om te komen helpen met het in- of uitpakken van blikken die in dozen gedaan moesten worden. [medeverdachte 3] heeft zijn ticket betaald. Op 10 november 2005 is [betrokkene 1] samen met [betrokkene 2] naar Nederland gevlogen. In Nederland heeft [medeverdachte 3] kleding en een telefoon voor [betrokkene 1] gekocht. [betrokkene 2] is ook op verzoek van [medeverdachte 3] naar Nederland gekomen en hij is, eveneens op verzoek van [medeverdachte 3] , naar de loods gegaan.
Op 12 november 2005 zijn [betrokkene 16] en [betrokkene 31] (hof:= [betrokkene 31] ) naar Amsterdam gereisd.
In de ochtend van 12 november 2005 waren in de loods aanwezig onder andere [betrokkene 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . De auto's werden naar binnen gereden. [medeverdachte 2] keerde direct zijn auto, zodat hij eventueel gelijk kon wegrijden. Binnen in de loods stonden heel veel pallets met blikken. [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] bespraken iets met elkaar. [medeverdachte 2] was aan het bellen en sprak in gebroken Engels. Tegelijkertijd schreef hij iets op. Nadat hij het telefoongesprek beëindigde, zei hij dat er niet meer mocht worden gebeld. Hij wees toen pallets aan die opengemaakt moesten worden. Dit deed hij naar aanleiding van wat hij had opgeschreven. Duidelijk was dat werd gezocht naar bepaalde blikken. Er werd aan blikken geschud. [betrokkene 3] had een klein briefje met daarop kruisjes in zijn handen. Aan de hand van dat briefje hebben [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] blikken geselecteerd en gescheiden van de andere blikken. [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] gaven aan welke blikken moesten worden gepakt. Zij zetten de blikken apart en zeiden welke in dozen moesten worden gedaan en welke op een nieuwe pallet moesten worden gestapeld. Ondertussen zei [medeverdachte 2] dat er lege dozen moesten worden gevouwen. Deze dozen zijn door één van de anderen voor een raam in de loods gezet. Toen [medeverdachte 4] vroeg waarom de dozen voor het raam werden gezet, zei [medeverdachte 2] dat dat voor pottenkijkers was. [betrokkene 3] zei op een gegeven moment dat het niet klopte. Het was duidelijk dat ze iets niet konden vinden. [betrokkene 3] bekeek de pallets goed. Hij had een klein papiertje bij zich met daarop lijntjes en vakjes. Het was ruitjespapier en daarop waren met balpen met horizontale en verticale lijnen vakjes getekend. In deze vakjes stonden cijfers geschreven. [betrokkene 3] stond met dit papiertje bij de pallets met de blikken. Er moesten één of twee lagen van een pallet worden weggehaald. Toen bleek dat er blikken ontbraken zei [betrokkene 2] dat ze bestolen waren en dat het ongelofelijk was. [betrokkene 3] was veel aan het bellen. Uit onderzoek blijkt dat hij vanuit de loods drie keer naar [verdachte] heeft gebeld. Op een gegeven moment gaf [medeverdachte 2] het sein dat er gestopt ging worden. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] zeiden dat ze weg gingen. Iedereen heeft de loods toen verlaten.
[betrokkene 3] en [medeverdachte 4] hebben in de auto, nadat zij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hadden afgezet, nog samen gepraat. Volgens [medeverdachte 4] was [betrokkene 3] hevig teleurgesteld. Toen is ook ter sprake gekomen dat het over cocaïne ging. [medeverdachte 4] was nieuwsgierig en vroeg naar de lege gaten in de pallets. [betrokkene 3] bevestigde toen dat het ging om een lading cocaïne, die waarschijnlijk was gestolen. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij wel wist dat er iets niet goed was met de blikken.
[verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waren ook aanwezig bij het Intell Hotel, maar die zijn die ochtend niet meegegaan naar de loods. In het begin van de middag had [verdachte] een bespreking met [betrokkene 17] en [betrokkene 18] in een hotel in Nuland, bij Den Bosch. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6] ) zijn met [verdachte] meegegaan naar Nuland. Tijdens de bespreking was [verdachte] nerveus, schichtig, opgejaagd en onrustig. Hij was de hele tijd aan het bellen en op een gegeven moment, na ongeveer een uur, besloot hij om tijdens de bespreking weg te gaan. Hij zei dat hij problemen had en dingen moest regelen. [verdachte] is vervolgens met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] naar de loods in Zwanenburg gereden. Gedurende deze autorit heeft [medeverdachte 1] telefonisch contact gehad met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] zei tegen [medeverdachte 2] dat hij naar de loods kwam en [medeverdachte 2] moest opnieuw naar de loods komen. Op de achtergrond vroeg iemand die bij [medeverdachte 1] was of [medeverdachte 2] [betrokkene 3] kon bereiken. [medeverdachte 2] heeft [betrokkene 3] toen gebeld en gezegd dat de baas naar de loods zou komen. [medeverdachte 2] heeft [betrokkene 3] vervolgens opgehaald en samen zijn zij weer naar de loods gereden. Op verzoek van [medeverdachte 3] zijn ook [betrokkene 1] en [betrokkene 2] 's middags teruggegaan naar de loods.
In de middag van 12 november 2005 waren in de loods in Zwanenburg dus onder meer aanwezig [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] , [betrokkene 6] en [betrokkene 2] . [medeverdachte 2] beschikte over de sleutel van de loods en heeft de loods geopend. Met name [verdachte] en [medeverdachte 3] voerden in de loods een discussie. Ze vroegen steeds aan elkaar: "Hoe kan dat nou, dit kan niet, etc.". [medeverdachte 1] was steeds met de drie broers en twee neven in discussie. [medeverdachte 3] liep rond de pallets en keek ernaar, en zocht bij de blikken. In de loods werd geïrriteerd gesproken en er werd druk getelefoneerd. Er was ruzie alsof er iets niet klopte en men was nerveus. [verdachte] liep tussen de pallets met blikken. In zijn handen had hij een geel/beige enveloppe van A4-formaat met daarop papieren, die kennelijk betrekking hadden op de problemen. Er ontbraken blikken. [medeverdachte 3] zei dat ze bestolen waren. [verdachte] zei toen tegen [medeverdachte 3] dat hij rustig moest doen en dat ze goed moesten zoeken. Er werd gesproken over codes die niet klopten. [verdachte] zei dat moest worden geholpen met het zoeken naar een code. De sfeer was gespannen.