Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 1 primair en 2 primair.
MELDING
TER PLAATSE
ONDERZOEK TER PLAATSE IN DE KLEDINGZAAK.
€330.000.
tweede middelklaagt over de motivering van het onder 2 primair bewezen verklaarde feit, omdat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig is. De tegenstrijdigheid bestaat er volgens de steller van het middel uit dat enerzijds in de bewezenverklaring staat dat verdachte samen en in vereniging met anderen een valse aangifte van een strafbaar feit heeft gedaan, terwijl in het feitelijke deel van de bewezenverklaring (na het woord: immers) staat dat verdachte (alleen) een valse aangifte heeft gedaan. Dat de bewoordingen van de bewezenverklaring op het eerste gezicht een tegenstrijdigheid lijken te bevatten, is juist. In de feitelijke omschrijving na het woord immers is tot uitdrukking gebracht dat het slechts één van de verdachten is geweest die daadwerkelijk op het politiebureau aangifte heeft gedaan. Dat op het politiebureau één persoon lijfelijk aanwezig was om aangifte te doen, sluit echter niet uit dat er sprake is van medeplegen. [4] Er is derhalve geen sprake van een innerlijke tegenstrijdigheid en daarom faalt de motiveringsklacht. Ik wijs er nog op dat niet wordt geklaagd over het feit dat gelet op bewijsmiddel 2 het niet verdachte, maar medeverdachte [betrokkene 2] was die aangifte bij de politie heeft gedaan. In zoverre bevat de bewezenverklaring een kennelijke misslag. Tot cassatie behoeft dat in ieder geval niet te leiden, omdat het verbeterd kan worden gelezen.