Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof het verweer dat geen sprake was van een wederrechtelijke gedraging, zonder nadere motivering heeft gepasseerd.
tweede middelklaagt dat het hof ten onrechte in het midden heeft gelaten of er sprake is geweest van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van art. 3 EVRM Pro of art. 7 IVBPR Pro, terwijl namens de verdachte was aangevoerd dat er geen sprake was van een wederrechtelijke gedraging, welk verweer het hof zonder nadere motivering heeft gepasseerd.
derde middelklaagt over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Politie eenheid Oost-Brabant.