Conclusie
middelklaagt over het oordeel van het Hof dat het onder 1 bewezen verklaarde 'witwassen' oplevert.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld wegens witwassen en het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor het plegen van een misdrijf, na een douanecontrole op Schiphol waarbij contant geld en skimbenodigdheden werden aangetroffen. Het hof oordeelde dat het geld vermoedelijk uit misdrijf afkomstig was, maar liet open of het onmiddellijk uit eigen misdrijf van de verdachte kwam.
De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het geld direct uit een door de verdachte zelf gepleegd misdrijf afkomstig was. De Hoge Raad bevestigde dat in dergelijke gevallen specifieke motiveringseisen gelden, namelijk dat uit de motivering moet blijken dat het gedrag van de verdachte gericht was op het verhullen van de criminele herkomst van het geld.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het gedrag van de verdachte gericht was op het verbergen van de herkomst van het geld en dat het enkel voorhanden hebben van het geld onvoldoende is voor een veroordeling wegens witwassen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling.
De zaak betreft een complex strafproces met internationale elementen, waarbij het geld en de skimapparatuur in verband werden gebracht met skimming-incidenten in Zweden en Argentinië. De Hoge Raad benadrukte het belang van een zorgvuldige motivering bij het vaststellen van witwassen, vooral wanneer het gaat om geld dat mogelijk uit eigen misdrijf afkomstig is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting van het witwassen.