Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vijfde middel
3.Beoordeling van het vierde middel
In de woning werden onder meer in beslag genomen:
4.Slotsom
5.Beslissing
7 januari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake witwassen. Verdachte werd bewezenverklaard dat hij samen met een ander een geldbedrag van €54.875,- had verhuld, terwijl hij wist dat dit afkomstig was uit enig misdrijf. Het hof baseerde dit op de vondst van het geld in een tas in een auto geparkeerd bij de woning van verdachte, het ontbreken van een redelijke verklaring voor het geld en het geringe inkomen van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het verhullen van de herkomst van het geld niet voldoet aan de wettelijke eisen. Uit het bewijs kan alleen worden afgeleid dat het geld in een tas in de auto is aangetroffen, maar niet dat sprake is van verhullen in de zin van art. 420bis Sr, gelet op de wetsgeschiedenis en jurisprudentie. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten die de reikwijdte van het begrip verhullen verduidelijken.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het betreft het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 7 januari 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor het verhullen van de herkomst van geld en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.