Conclusie
Article 30a(...)
right to a court” (“
la substance même du droit”)’ aantast, of dat de bescherming van de door het EVRM gewaarborgde rechten ‘
manifestly deficient’ is (rov. 3.6). Naar het oordeel van het hof is dit in de onderhavige zaak het geval, omdat VEOB en SUEPO voor hun vorderingen geen rechtsingang hebben bij ILOAT noch in enig andere door EOO opengestelde rechtsgang. Het ontbreken van een rechtsgang betekent tevens dat art. 13 EVRM Pro wordt geschonden (rov. 3.7). Dat individuele werknemers van EOO wel bij EOO en bij ILOAT kunnen opkomen tegen beperkingen van hun stakingsrecht, is niet doorslaggevend, omdat een dergelijke rechtsgang niet kan worden beschouwd als een effectief middel ter handhaving van het recht op collectief onderhandelen van art. 11 EVRM Pro. EOO had kunnen kiezen voor het in het leven roepen van een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang (rov. 3.9). Het enkele feit dat een alternatieve rechtsgang ontbreekt, betekent niet dat een schending van art. 6 EVRM Pro moet worden aangenomen. Bijkomende omstandigheden geven hiertoe wel aanleiding, omdat het gaat om de rechten van vakbonden op het voeren van collectieve actie en collectieve onderhandelingen, die behoren tot de fundamentele beginselen van een open en democratische rechtsstaat en die erkenning hebben gevonden in meerdere verdragen. De stellingen van VEOB en SUEPO dat de genoemde rechten door EOO stelselmatig worden geschonden en ingeperkt, zijn
prima facieniet ongegrond, zodat het beroep van EOO op haar immuniteit disproportioneel is. De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om van de vorderingen van VEOB en SUEPO kennis te nemen (rov. 3.10). Het hof heeft vervolgens het incidentele beroep verworpen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Waite and Kennedy/Germanyheeft overwogen:
Waite and Kennedy/Germanyhet volgende overwogen:
Waite & Kennedy/Duitsland, rov. 63). Bij de beantwoording van de vraag of toekenning van immuniteit van jurisdictie aan een internationale organisatie in het kader van een geding bij de overheidsrechter is geoorloofd, acht het EHRM van belang (‘a material factor’) of de rechtzoekende beschikt over redelijke alternatieve middelen om de door het EVRM aan hem toegekende rechten effectief te kunnen beschermen (‘whether the applicants had available to them reasonable alternative means to protect effectively their rights under the Convention’;
Waite & Kennedy/Duitsland, rov. 68) en komt het erop aan of, gelet op die alternatieve middelen, de immuniteit van jurisdictie het wezen van iemands recht op toegang tot de rechter aantast (‘the limitation on their access to (…) courts (…) impaired the essence of their ‘right to a court’’;
Waite & Kennedy/Duitsland, rov. 73). Deze maatstaf is door het EHRM onder meer herhaald in zijn uitspraak in de zaak
Klausecker/Duitsland(EHRM 29 januari 2015, nr. 415/07, rov. 62-64)’.
Bosphorus/Ireland [25] , is niet van toepassing in de onderhavige zaak, waarin moet worden onderzocht of een beroep op immuniteit van jurisdictie door het EOO een ongeoorloofde beperking oplevert van het recht op toegang tot de rechter in de zin van art. 6 EVRM Pro. In de zaak
Bosphorus/Irelandging het om de vraag in hoeverre een verdragsstaat aansprakelijk kan worden gesteld voor een eventuele schending van het EVRM in het kader van de maatregelen die door die Staat worden genomen ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van (destijds) de EG. [26] Hierbij speelt een rol dat over schendingen door een internationale organisatie die geen partij is bij het EVRM, maar is opgericht door een staat die dat wel is, niet rechtstreeks bij het EHRM kan worden geklaagd. De staat die bevoegdheden aan een internationale organisatie heeft overgedragen blijft in bepaalde situaties echter aansprakelijk. [27] Ter beoordeling van de staatsaansprakelijkheid hanteert het EHRM het vereiste van ‘equivalente bescherming’. Schiet de veronderstelde bescherming die de organisatie biedt in een concreet geval werkelijk tekort (‘the protection of Convention rights was manifestly deficient’), dan is de staat aansprakelijk. [28]