Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
“Zo gaat de bestraffing van de niet- nakoming door de belastingplichtige van de verplichtingen betreffen het voeren van de boekhouding en het indienen van de aangiften met een weigering van het recht op aftrek duidelijk verder dan noodzakelijk is ter verwezenlijking van de doelstelling om de juiste toepassing van die verplichtingen te verzekeren, aangezien het Unierecht de lidstaten niet verhindert om in voorkomend geval een geldboete of geldelijke sanctie op te leggen die evenredig is met de ernst van de inbreuk”. Daarmee geeft het HvJ naar mijn mening exact weer hetgeen ik hiervoor heb gesteld; er zijn sancties voor het te laat verzoeken om aangifte (67ca AWR) en voor te late voldoening op aangifte (67c AWR). Niet-ontvankelijkheid die leidt tot het effectief niet kunnen uitoefenen van een niet op andere gronden betwist recht op aftrek gaat in deze te ver.
Relevante wet- en regelgeving, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
FutDheeft bij bovenstaande uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 november 2014 geannoteerd: [25]
5.Beschouwing en de beoordeling van de cassatiemiddelen
verzochthebben om een uitnodiging tot het doen van aangifte, doorslaggevend is voor de tijdigheid van het
doenvan de aangifte zelf. Uit de parlementaire behandeling van artikel 6 van Pro de AWR blijkt immers
‘dat de verplichting tot het doen van aangifte steeds (…) eerst zal ontstaan door uitreiking van een aangiftebiljet en niet rechtstreeks uit de wet voortvloeit.’ [61] Op basis van artikel 10 van Pro de AWR is voor de tijdigheid van de aangifte, en daarmee voor de tijdigheid van een teruggaafverzoek dat bij die aangifte is gedaan, slechts van belang of de aangifte zelf tijdig is gedaan. Mij zijn geen wettelijke bepalingen bekend die bepalen dat het niet tijdig
verzoekenom een uitnodiging tot het doen van aangifte, moet leiden tot de constatering dat een nadien
gedaneaangifte niet tijdig is gedaan. [62]