Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende liet zonnepanelen installeren op zijn privéwoning en leverde vanaf mei 2013 energie aan een energiemaatschappij. Hij meldde zich op 28 maart 2014 als ondernemer voor de omzetbelasting en diende op 16 april 2014 een verzoek tot teruggaaf van omzetbelasting in over het jaar 2013.
De inspecteur wees het verzoek af omdat belanghebbende zich niet voor 1 augustus 2013 als ondernemer had aangemeld en het verzoek dus te laat was ingediend volgens artikel 31 van Pro de Wet OB 1968. Belanghebbende voerde aan dat de staatssecretaris pas later duidelijkheid gaf over de fiscale gevolgen van het Fuchs-arrest, waardoor het verzoek niet eerder kon worden gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de terugwerkende kracht van het Fuchs-arrest niet afdoet aan de vereiste tijdige indiening van het verzoek. Ook het beroep op het arrest Salomie faalt omdat dit arrest niet ziet op vervaltermijnen. De rechtbank benadrukt dat de termijn van drie maanden na afloop van het kwartaal waar het verzoek betrekking op heeft, voldoende ruimte biedt voor het indienen van een verzoek.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggaaf van omzetbelasting wordt afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn.