ECLI:NL:PHR:2017:1254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over peildatum waardering huwelijksgemeenschap en belastinglatentie lijfrentepolissen
Partijen zijn in 1976 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen, behalve inboedel. Na ontbinding van het huwelijk in 2011 ontstond een geschil over de verdeling van het huwelijksvermogen, met name over de peildatum voor waardering van de woning en de berekening van belastinglatentie op lijfrentepolissen.
De rechtbank stelde 25 juli 2013 als peildatum voor de woningwaardering vast en hanteerde een belastinglatentiepercentage van 42%. De man ging in hoger beroep tegen deze peildatum en de belastinglatentie, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde over andere vermogensbestanddelen.
Het hof vernietigde gedeeltelijk het vonnis en oordeelde dat partijen 25 juli 2013 als peildatum waren overeengekomen, en dat de belastinglatentie contant werd gewaardeerd op 42%. De man stelde cassatieberoep in tegen het oordeel over de peildatum en belastinglatentie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door verschillende peildata te hanteren voor de afkoopwaarde en de belastinglatentie van de lijfrentepolissen. De belastinglatentie moet worden berekend op basis van het belastingpercentage dat op de peildatum geldt. Ook is het oordeel van het hof over de peildatum van de woningwaardering onvoldoende gemotiveerd en is het hof buiten de rechtsstrijd getreden door te oordelen dat partijen een nieuwe peildatum hadden overeengekomen zonder voldoende bewijs.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor nadere beoordeling, met inachtneming van de juiste rechtsopvattingen over peildatum en belastinglatentie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.